Allerlei weetjes

HOME

Index:
  1. Schets van de geschiedenis van Congo voor 1885: klik hier
    Congo werd onafhankelijk in 1960 en kende sindsdien bewogen decennia. Een overzicht.
    Presidenten van Congo
    a. Kasa-Vubu
    b. Mobutu
    c. Laurent-Désiré Kabila
    d. Joseph Kabila
    e. De vicepresidenten, juli 2003
    f. De verkiezingen
    g. De nieuwe regering, februari 2007
  2. Lumumba
  3. Tsjombe
  4. Abacost
  5. De (ex) rebellen
    Laurent Nkunda
    Wie is wie in Oost-Congo anno 2009?
    Stand van zaken eind 2009.
  6. Hutu
    De Interahamwe
  7. Tutsi
  8. Mayi-mayi
  9. Hema en Lendu
  10. La Zaïroise
  11. Debout Congolais
  12. Belgisch volkslied
  13. De Vlaamse Leeuw
  14. Le Chant des Wallons
  15. Lingala
  16. Ngbaka
  17. Maniok
  18. Adobe
  19. Armoede en rijkdom
  20. Gezondheid
  21. Ontwikkelingshulp
  22. Een oplossing ?
  23. Zana Aziza Etambala
  24. Kadogo
  25. Abos
  26. Toespraak koning Boudewijn bij onafhankelijkheid
    van Congo, Kinshasa, 30 juni 1960
  27. Toespraak van Patrice Lumumba als reactie op
    toespraak van koning Boudewijn
  28. Toast uitgesproken op de lunch aangeboden aan
    koning Boudewijn door Patrice Lumumba
  1. Malaria
  2. Het Ishango-been
  3. Congo of Kongo ?

  1. 5 mythes over overbevolking
  2. De Tobin-taks
  3. Bedenkingen bij ontwikkelingshulp
  4. VN- conferentie armste landen
  5. Slaapziekte: geneesmiddelen moeten winst opleveren...
  6. Coltan
  7. Max Havelaar koffie
  8. Banaan al 2.500 jaar in Afrika
  9. De kolonialen
  10. De Matongewijk
  11. Somalisatie
  12. Van Lusaka naar Pretoria
  13. Batwa
  14. Koning Leopold II en Congo
  15. Viva Bomma
  16. Medische zorgen gratis?
  17. De Simba's
  18. Cassiterite

 

1.a Kasa-Vubu

Geboren in Tshela in 1910 of 1917 in Beneden-Congo.
President van de République du Congo in 1960.
In november 1965 afgezet door generaal Mobutu.
Gestorven te Boma op 24 maart 1969.

Justine Kasa-Vubu
De dochter van de eerste president van Congo verbleef jarenlang in Brussel waar zij aanvankelijk als woordvoerster optrad van de UDPS, de oppositiepartij rond Etienne Tshisekedi. Sinds november 1996 was zij gebrouilleerd met de partij. Kasa-Vubu, een Kongo uit de Bas-Zaïre, trad na lang aarzelen toe tot de regering als minister voor Ambtenarenzaken. In augustus ging het gerucht dat ze gewipt was als minister. Maar in september 97 streek ze in Brussel neer als nieuwe ambassadrice voor Congo.

Terug naar index

1.b Mobutu, Joseph-Désiré, ook Mobutu Sese-Seko Kuku Ngbendu Wa Za Banga

Geboren te Lisala, Evenaarsprovincie op 30 okt. 1930.
Als luitenant-generaal pleegde hij op 21 /11/1965 een staatsgreep met westerse steun.
Sinds 1970 voerde hij een politiek van terugkeer naar de authenticiteit. Zo werden talrijke geografische en persoonsnamen verinheemst:
Kongo werd Zaïre, hij zelf Mobutu Sese Seko.
Hij schakelde de oppositie uit, herstelde met straffe hand de orde in het land en trad vaak op als bemiddelaar in geschillen tussen Afrikaanse landen. Mobutu leed aan prostaatkanker en stierf op 7 augustus 1997 in Marokko.
Een artikel 5 jaar later: Mobutu's fortuin.

Mobutu

Terug naar index

1.c KabilaLaurent-Désiré

Geboren te Ankoro in 1938, behorend tot de Luba-bevolkingsgroep uit Noord-Katanga (Shaba). Etnisch is Kabila een "Luba-Kat", een lid van de Katangese tak van het Luba-volk, dat ook in Kasaï dominant aanwezig is.
Kabila studeerde in Frankrijk, en was in de jaren zestig als overtuigd marxist een aanhanger van Patrice Emery Lumumba en Pierre Mulele.
In '63 werd hij lid van de Conseil National de Libération (CNL). Samen met Gaston Soumialot kreeg hij van CNL-leider Christophe Gbenye een mandaat om in het oosten van Congo een guerrilla in te zetten.

Kabila

Na de val van Stanleystad, de zetel van de ,,Volksregering'' van Gbenye, trok hij zich terug in het maquis aan het Tanganyka-meer. Daar kreeg hij zeven maanden lang het gezelschap van Che Guevara, de Latijns-Amerikaanse revolutionair.
In 1967 richtte Kabila de Revolutionaire Volkspartij (PRP) op en vanuit haar basis in de bergen rond Fizi en Baraka voerde de militaire vleugel onder leiding van Kabila 18 jaar strijd tegen het bewind van Joseph-Désiré Mobutu. Na een offensief van het Zaïrese leger eind 1984 werd de PRP verdreven en Kabila verdween. In oktober 1996 presenteerde Kabila zich als leider van de nieuwe verzetsbeweging ADFL, (de Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo (AFDL)). een alliantie van zeker vier oppositiebewegingen uit Oost-Zaïre waaronder Kabila's PRP. Kabila en het ADFL brachten het bewind van Mobutu ten val.
Ondertussen bouwde hij in bijna vier jaar tijd een autocratisch regime uit dat een doorslagje is van het Mobutisme in zijn hoogdagen. Hij bestuurt het overblijvende derde van Congo dat nog niet veroverd is als zijn persoonlijk bezit. Hij kan in deze oorlog rekenen op de steun van Angola, Namibië en Zimbabwe. Angola en Namibië trokken hun soldaten terug in 2002.
(De Zimbabwaanse president Robert Mugabe verklaarde op 13 augustus 2002 op televisie dat hij zijn soldaten uit Congo zal terugtrekken. Hij gaf wel geen tijdschema voor de terugtrekking. Officieel zijn er zo'n 3.000 Zimbabwaanse soldaten in Congo. Maar waarnemers schatten dat 8.000 a 10.000 een realistischer cijfer is.)
Kabila bewapent ook de Mayi-Mayi, de "interahamwe" en Burundese Hutu-rebellen.
Vermoord door een lijfwacht op dinsdag 16 januari 2001.
Kabila is de 26ste Afrikaanse postkoloniale leider die vermoord werd. ( Sylvanus Olympio van Togo was de eerste in 1963).

Terug naar index

1.d. Joseph Kabila

Joseph Kabila: een Luba uit Katanga, zoon van de in januari 2001 gestorven president.
Legt op vrijdag 26 januari 2001 de eed af als president. Van Kabila wordt verteld dat hij 10 kinderen had, onder wie 5 dochters.
Het grootste deel van zijn leven leefde Joseph Kabila buiten Congo. Zijn kennis van het Frans en van het Lingala - de lingua franca in het westen van Congo zou beperkt zijn.
Van 1967 tot 1985 leidde Laurent Kabila een guerrillabeweging in de zeer onherbergzame bergstreek van Lulenge (Fizi).
Op 4 juni 1971 werd daar Joseph geboren, tweelingbroer van zus Jenny.
Hij is de commandant van de Landmacht, met de graad van generaal-majoor. Enige militaire training kreeg hij in '95 in Rwanda, en later in China.
Joseph gaat door voor "weinig briljant", meldde Reuters uit Kinshasa. En zijn vader zou zijn enige "machtsbasis" hebben gevormd.

Joseph Kabila

Vader Laurent Kabila, zelf geboren uit een Lunda-moeder en Luba-vader, allebei uit Katanga, was voor de derde keer in het huwelijk getreden, deze keer met Sifa Maanya. Die laatste behoort tot het Bango Bango-volk uit Maniema en heeft, net zomin als Laurent Kabila, ook maar één druppeltje Rwandees bloed. Onder de druk van de aanvallen van het leger van Mobutu vluchtte de familie naar Dar Es Salaam, waar ze bleef tot ongeveer 1996, met uitzondering van een intermezzo in Kampala. Om veiligheidsredenen hadden de familieleden Kabila wellicht een Tanzaniaans paspoort. En toch doet het gerucht de ronde dat Joseph de zoon is van een zeker Kanambe. Deze Kanambe bestond wel degelijk, maar het was een militair commandant van Kabila's maquis, van Rwandese afkomst maar komende uit Rutshuru (Noord-Kivu). Met zijn eerste vrouw had Kanambe een zoon: Selemani, ongeveer van dezelfde leeftijd als Joseph en tegelijk diens speelkameraad. Toen Kanambe stierf in 1985, nam Laurent Kabila zijn tweede vrouw Vumilia tot echtgenote - vandaar de verwarring.

Klik hier voor zijn regering op 14 april 2001.
Klik hier voor zijn toespraak op 16 mei 2005.

Terug naar index

1.e. De vice-presidenten, juli 2003.

Yerodia Abdoulaye Ndombasi a été désigné par la composante gouvernement. Il va superviser la Commission pour la reconstruction et le développement. Né à Mbanza-Ngungu le 5 janvier 1933, Yerodia est originaire du village de Poko, territoire de Madimba, district de la Lukaya, province du Bas-Congo. Il est marié.
Il fit ses études primaires à Kisongi à Mbanza-Ngungu, à Saint-Pierre et à Sainte Anne. Il poursuivit ses études secondaires à Sainte Anne, à Kinshasa et au Lycée Savorgnan de Brazzaville. Il fit ses études universitaires à la Sorbonne de Paris. Comme professions exercées, il est professeur psychanalyste et a été directeur de cabinet du chef de l’Etat sous Kabila père et ministre d’Etat d’abord aux Affaires étrangères puis à l’Education nationale.

Jean-Pierre Bemba Gombo, président du Mlc, J.P Bemba est né à Bokasa, le 4 novembre 1962. Il est originaire du territoire de Mbungu, district du Sud-Ubangi (Equateur). Il est marié à Liliane et père de cinq enfants. Il fit ses études primaires à l’école royale de Placide Rempels et à l’ Athénée de Brege, en Belgique. Il se retrouva ensuite à l’Institut des hautes études commerciales (Ichec) à Bruxelles. Il est diplômé en économie et développement.
Directeur général du groupe Scibe-Zaïre et administrateur de sociétés, il embrassa sa carrière politique par la création du Mlc, ex-rébellion.

Azarias Ruberwa Manywa a été désigné par la composante Rassemblement congolais pour la démocratie. Il est né a Rugeri , dans le Haut plateau de Minembwe dans la province du Sud-Kivu, le 20 août 1964. Il est marié à Namanyanga et père de trois enfants.
Il fit ses études primaires ainsi que son cycle d’orientation à Minembwe, ses études secondaires à l’Institut de la Lukwa à Kalemie. Il décrocha son diplôme de licence en droit à l’université de Lubumbashi.
Quant à sa carrière, il est avocat au barreau de Lubumbashi à partir du 7 août 1990, au barreau de Goma à partir de 2000. Concernant sa carrière politique, il a été directeur de cabinet du ministre des Affaires Etrangères de 1997 à 1998 à Kinshasa, il est membre du Rcd/Gorna depuis août 1998 où il a occupé successivement plusieurs postes avant d’être désigné président.

Arthur Z’Ahidi Ngoma désigné par l’opposition politique, est né à Kalima en Rdc, le 18 septembre 1947 et parle l’anglais, le français le swahili et le lingala. Marié et père de 4 enfants, il est licencié en droit de l’université d’Orléans en France, en 1966. Il est docteur d’Etat en droit à l’université de Paris I et lauréat de l’université Panthéon en 1981.
Il s’est spécialisé en droit international public, droit international économique, droit international financier à l’université de Paris I en 1997.
S’agissant de ses activités professionnelles, il a passé 20 années comme fonctionnaire à l’Unesco. Il est président des états généraux de l’opposition.

Terug naar index

2. Lumumba

Geboren te Onalua, territorium Katako Kombe, Sankuru-Kasai op 2 juli 1925.
Gestorven te Katanga, 10/13 febr. 1961, behorende tot het Tetela-volk.
In okt. 1958 behoorde hij tot de oprichters van de Mouvement National Congolais (MNC), een organisatie die ten doel had op geweldloze wijze onmiddellijke onafhankelijkheid voor Belgisch-Kongo te bereiken.
Op 30 juni 1960 werd de soevereiniteit aan Kongo overgedragen. Lumumba werd de eerste regeringsleider. Zijn regering werd geconfronteerd met de opstand van het Kongolese leger begin juli 1960 en de Katangese secessie onder Tsjombe op 11 juli 1960. Op 14 juli verbrak Lumumba de betrekkingen met België.

Lumumba

Begin september werd hij door president Kasavubu van zijn functie ontheven.
Op 14 sept. werden de Kongolese politici 'geneutraliseerd' door kolonel Mobutu.
Gedurende twee maanden verbleef Lumumba in zijn residentie, bewaakt door een leger van de Verenigde Naties. Op 27 nov. slaagde hij erin te ontsnappen, maar hij werd op weg naar Stanleystad op 2 dec. 1960 aangehouden te Port-Francqui, op 17 jan. 1961 naar Katanga overgebracht en in februari bij Lubumbashi om het leven gebracht.
Gerard Soete, de Belg die aan het hoofd stond van de Katangese politie, kreeg de opdracht om het lijk voorgoed te laten verdwijnen.
Lumumba werd, vooral door vele jonge Afrikaanse staten, als een martelaar voor de Afrikaanse zaak beschouwd.
Ludo De Witte stelt in zijn boek "De Moord op Lumumba" dat de toenmalige regering-Gaston Eyskens achter de moord zat.
Uit archieven van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat Brussel al in oktober 1960 een "plan-Barracuda" had om Lumumba uit de weg te ruimen. "Belangrijkste na te streven doelstelling in het belang van Congo, Katanga en België is natuurlijk de definitieve eliminatie van Lumumba", schreef de minister van Afrikaanse Zaken, d' Aspremont Lynden, op 6 oktober in een telegram aan zijn medewerkers in Elisabethstad (Lubumbashi) en Congo-Brazzaville. En uit een reconstructie van de laatste dagen voor 17 januari 1961 blijkt volgens De Witte dat dezelfde d' Asprernont de uitlevering beval van Lumumba aan de Katangese secessie, waarvan iedereen wist dat dit gelijkstond aan de betekenis van een doodvonnis.

Oktober 2000 stelt Manu Ruys in zijn boek "Waarom Lumumba moest sterven" dat Lumumba nooit werd gesteund door ons land, zelfs werd tegengewerkt. De oppositie werd vrij spel gegeven om hem te liquideren.

In mei 2000 wordt er een onderzoekscommissie opgericht om de ware toedracht te achterhalen, voorzitter is Geert Versnick. Zana Etambala , genoemd als een van de mogelijke experts voor de commissieleden, wordt opzijgezet wegens een polemiek met Ludo De Witte, die Zana ervan verdenkt een "CVP-onderzeeër" te zijn...
Op 30 mei 2000 werden de deskundigen aangeduid.
Een van de vier experts is professor Luc De Vos, hoogleraar aan de Koninklijke Militaire School en de KU Leuven. Emmanuel Gerard is een historicus die het departement politieke wetenschappen aan de KU Leuven leidt. Hij doceert onder meer politieke geschiedenis van België.
Aan Franstalige zijde is, er Jules Gerard-Libois stichter van het Franstalige onderzoekscentrum voor sociaal-politieke informatie, Crisp. Hij geldt als een specialist van de Belgische instellingen. Hij is eveneens medestichter van het Afrika Studie- en Documentatiecentrum CEDAF/ASDOC en publiceerde al over Lumumba.
Philippe Raxhon is historicus aan de universiteit. van Luik. Hij is aangetrokken voor de kritische doorlichting van het bronnenmateriaal.
Er komen drie ad hoc-experts: de specialisten internationaal recht Eric David (ULB) en Eric Suy, emeritus van de KU Leuven en voormalig adjunct-secretaris-generaal van de VN. Beiden hebben de Rwanda-commissie van de Senaat begeleid. Ten slotte is er de Congolese historicus Jean Tshonda Omasombo, die al over Patrice Lumumba publiceerde.
De commissie vond het niet opportuun Omasombo als volwaardig expert in te schakelen wegens van zijn uitgesproken standpunt in de problematiek. Dat laatste lokt bij andere afrikanisten, die Omasombo als een onafhankelijke wetenschapper en eminent Lumumba-kenner waarderen, wenkbrauwgefrons uit.
Een opinie hierover: klik hier
Een stand van zaken op 20 november 2000: klik hier
Een stand van zaken op 7 juni 2001: klik hier
Opinie van Jean Van Lierde, voormalige vriend van Patrice Lumumba: klik hier
Een artikel uit de Time, 22 juni 2001: klik hier
Koning Boudewijn trad buiten zijn rol in Congo-crisis, artikel 16 november 2001: klik hier
De deskundigen die door de parlementaire onderzoekscommissie "Lumumba" belast zijn met het historisch onderzoek hebben op woensdag 6 juni 2001 tijdens de openbare vergadering van de commissie een synthesenota met de vaststellingen die hun onderzoeken hebben opgeleverd, voorgesteld: 6juni01.pdf, 22kB.
Rapport van het parlementair onderzoek met het oog op het vaststellen van de precieze omstandigheden waarin Patrice Lumumba werd vermoord en van de eventuele betrokkenheid daarbij van Belgische politici; Belgische Kamer Van Volksvertegenwoordigers, 16 november 2001: 16november01.pdf, 213kB.
Stand van zaken op 6 februari 2002: klik hier
Zie ook het Lumumba-dossier van de Standaard.

"Patrice Lumumba, Jeunesse et Apprentissage Politique (1925 - 1956)" is een boek van Jean Omasombo, Congolese professor en historicus. Dit boek kost een 800 frank en is te bestellen bij het Afrika Instituut (tel: 02/768 19 93)
Daarin wordt o.a. verteld dat de ouders van Lumumba hem de naam Tasumbu Tawosa hadden gegeven. Hij liet zich echter door zijn vriendjes in zijn geboortedorp Patrice Osungu noemen, wat zoveel betekent als Patrice de blanke. Toen hij later in Kindu ging wonen, liet hij die naam vallen en koos voor Lumumba.

Uit De Standaard van 10/08/2000:
"Eisenhower gaf opdracht moord op Lumumba." De voormalige Amerikaanse president Dwight Eisenhower zou opdracht hebben gegeven tot de moord op Patrice Lumumba, toenmalig premier van Congo. Dat meldde de Washington Post dinsdag. De informatie komt volgens de krant uit een memorandum waarin indirect verslag wordt uitgebracht van een bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad in 1960.
Dat memorandum werd deze week openbaar gemaakt door het Amerikaanse Nationale Archief. Robert Johnson, verslaggever van de bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad op 18 augustus 1960, zei de voorzitter van de inlichtingencommissie van de Senaat op 10 juni 1975 dat Eisenhower tijdens de bijeenkomst van de Nationale Veiligheidsraad in 1960 tegen CIA-baas Allen Dulles, en terwijl iedereen het horen kon, zei dat Lumumba geëlimineerd moest worden. Er viel een stilte van 15 seconden alvorens de zitting werd hernomen, aldus Johnson.
De CIA stuurde in 1960 een arts naar Congo om Lumumba te vergiftigen, aldus de Post. Dulles stuurde ook een bericht naar de CIA-verantwoordelijke in Congo op 26 augustus 1960. Daarin zei Dulles dat "men het er op hoog niveau over eens is dat het aanblijven van Lumumba zal resulteren in chaos of in het ergste geval zal leiden tot een overname door de communisten". Het uit de weg ruimen van Lumumba was volgens Dulles dus dringend en prioritair, aldus nog de Post.

De Haïtiaanse cineast Raoul Peck maakte een fictiefilm Lumumba. De nadruk ligt op de reconstructie van de belangrijke momenten in het leven van Patrice Lumumba.
Productie: Jacques Bidou
Scenario: Raoul Peck & Pascal Bonitzer
Regie: Raoul Peck
Fotografie: Bernard Lutic
Acteurs:
Eriq Ebouaney (Lumumba) / Alex Descas (Mobutu) / Maka Kotto (Joseph Kasa Vubu) / Maram Kaba (Pauline Lumumba)
De film speelt vanaf oktober '00 in Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent en Leuven (verdeler: Cinélibre)
Vóór deze langspeelfilm maakte Raoul Peck in 1991 al een veelgeprezen documentaire over Lumumba.

Terug naar index

3. Tsjombe, Moïse Kapenda

Geboren te Musumba 18 nov. 1919.
Gestorven in Algerije op 29 juni 1969.
Kongolees politicus en voormalig premier, riep als leider van de in 1959 opgerichte CONAKAT-partij en als voorstander van een federatief Kongo op 11 juli 1960 de onafhankelijkheid uit van de provincie Katanga, waarvan hij na de onafhankelijkheid van Kongo (van 1971 tot 1997 Zaïre) premier was geworden.
Die secessie gebeurde zemfs met Belgische steun.
Door strijdkrachten van de Verenigde Naties tot capitulatie gedwongen, week Tsjombe in dec. 1962 uit, maar medio 1964 keerde hij terug als premier van Kongo. Met hulp van buitenlandse huurtroepen bestreed hij opstandige bewegingen van aanhangers van de in 1961 in Katanga vermoorde Patrice Emery Lumumba.
Tsjombe werd in okt. 1965 door president Kasavubu ontslagen, door het bewind van Mobutu begin 1967 wegens hoogverraad bij verstek ter dood veroordeeld en in juni 1967 vanuit Spanje naar Algerije ontvoerd, waar hij in gevangenschap stierf.

Een artikel, 29 september 2005, in het web van Mobutu.

Terug naar index

4. Abacost

Nationaal "kostuum" van het toenmalige Zaïre, ingevoerd door Mobutu. Komt van "à bas costume", weg met het kostuum en is afgekeken van de Chinezen.

Terug naar index

5. De (ex)rebellen

RCD/Goma: De Rassemblement Congolais pour la Démocratic (RCD) is de oudste Congolese rebellenbeweging, opereert vanuit de oostelijke stad Goma en wordt gepatroneerd door het regime van de Rwandese president Paul Kagame. Door de felle oppositie van de interahamwe en de Mayi-Mayi controleert ze enkel de belangrijkste steden. Volgens de VN zijn de schendingen van de mensenrechten binnen het RCD-gebied nog erger dan in het territorium dat Kabila controleert. Omdat het interne gekrakeel binnen de bonte RCD wat te veel de spuigaten uitliep, benoemde Kigali Adolph Onusumba tot leider.
Hij werd minister van defensie in de regering Kabila.

MLC: De Mouvernent pour la Libération du Congo van Jean-Pierre Bemba controleert het noordwesten van Kongo en overleeft dankzij de militaire steun van Oeganda. De troepen van Bemba belegeren de strategische stad Mbandaka aan de Congorivier, maar kregen onder meer van de Angolese president Dos Santos te horen dat van een aanval op de stad geen sprake kon zijn. Als enige rebellenbeweging is de MLC populair bij de bevolking in de Evenaarsprovincie.
Jean-Pierre Bemba is de zoon van Saolona Bemba die een vertrouweling was van Mobutu en ... minister was in de regering van Kabila senior.
Discours de Jean-Pierre Bemba, lu par Olivier Kamitatu, secretaire general, a l'occasion de la seance pleniere de cloture du dialogue inter-congolais. // Sun City le 2 avril 2003
Jean-Pierre Bemba wordt verantwoordelijk gehouden voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die zijn militieleden begingen in de Centraal Afrikaanse Republiek.
De Belgische politie arresteerde Bemba in mei 2008 in zijn woning in Sint-Genesius-Rode, waar een vrouw van hem woont. België was door het Internationaal Strafhof in Den Haag op de hoogte gebracht van het bestaan van een arrestatiebevel tegen Bemba.
De arrestatie van Congo's ex-vicepresident Jean-Pierre Bemba is 'een waarschuwing voor al wie seksuele misdaden begaat of tolereert.'


Jean-Pierre Bemba

RCD-ML: Mouvement de Libération. De derde rebellenbeweging in het noordoosten stelt niets meer voor. Voorzitter Wamba dia Wamba, de eerste president van de RCD, is in een machtsstrijd verwikkeld met Mbusa Nyamwisi en Tibasima.
Momenteel is Mbusa Nyamwisi de baas en spreekt men van RCD-K/M-L, Rassemblernent Congolais pour la Démocratic, afsplitsing Kisangani.
Lendu-milities, eveneens bewapend door Ugandese soldaten kiezen zijn kant.
Mbusa werd minister in de regering Kabila.
De Hema, met steun van het Ugandese leger en de Hema-milities van Thomas Lubanga (die zich afscheurde van het RCD-ML) vechten tegen het RCD-ML en de Lendu. Nochtans was Mbusa de vroegere bondgenoot van Uganda.
De Congolese president Joseph Kabila onderhield de voorbije maanden (zomer 2002) betere relaties met de RCD-ML en stuurde Mbusa onder meer wapens. Dit moet hem helpen om vroeg of laat de steden Isiro (met luchthaven!) en Bafwasende te veroveren op Roger Lumbala.
Die krijgsheer staat aan het hoofd van de rebellenbeweging RCD-National en onderhoudt op zijn beurt goede banden met rebellenleider Jean-Pierre Bemba van de Mouvement pour la Libération du Congo. En alles wat Bemba verzwakt, komt Kabila goed uit…

Rassemblement Congolais pour la Démocratie-Nationale van Roger Lumbala.
Deze laatste drie vormden na de dood van Kabila senior een coalitie, het FLC, Front pour la Libération du Congo met als leider Bemba.
Lumbala werd minister in de regering van Kabila en werd later geschorst.

Masusu, een Banyamulenge en ex-commandant van Kabila senior (en bij hem in ongenade gevallen) is in opstand getreden tegen Kagame en vecht dus nu tegen zijn eigen Tutsi - soortgenoten.
Naar verluid zou Rwanda Hutu gevangenen vrijlaten, die zich dan aansluiten bij de Interahamwe die binnenvallen in Rwanda zodat Rwanda een motief heeft voor een verdere bezetting in Oost-Congo, een Machiavellistische redenering…..

Krijgsheer Thomas Lubanga van de Union des Patriotes Congolais (UPC) steunt op de Hema-etnie en kon rekenen op de steun van Uganda.
Zo slaagde Lubanga erin augustus 2002 in om Mbusa Nyamwisi te verdrijven uit Bunia. Maar eind 2002 lekte uit dat het UPC ook wapens ontving van Rwanda en dat er Rwandese instructeurs rondliepen in de Ituri. Begin januari 2003 sloot het UPC zelfs een alliantie met de rebellenbeweging RCD/Goma, die gecontroleerd wordt door Rwanda.
Dat leidde tot een ernstige verslechtering van de relaties tussen Lubanga en Museveni, die volgens sommige bronnen achter de oprichting zit van een nieuwe Congolese rebellenbeweging (FIP) als tegengewicht voor de UPC.
De Congolese regering had Lubanga in maart 2005 opgepakt en in Kinshasa in de cel gestopt. Vervolgens is hij uitgeleverd aan het Internationaal Strafhof in Den Haag.


Thomas Lubanga

Kizza Besigye daagde in maart 2001 Museveni, de huidige Ugandese president uit bij de presidentsverkiezingen, verloor die en nam later de benen. Vanuit de Ituri zou hij met 1.500 Ugandese stoken tegen Museveni, ook weer met steun van Rwanda.
Bij de nieuwe verkiezingen in 2007 werd hij als oppositieleider gearresteerd op beschuldiging van verkrachting en lidmaatschap van een rebellengroepering. Niemand twijfelt eraan dat het om een politiek manoeuvre van Museveni ging. Na de arrestatie van Besigye werden alle manifestaties, debatten of publieke evenementen over de rechtszaak verboden. Tot twee keer toe werd onder het verbijsterde oog van de internationale gemeenschap het Hooggerechtshof bestormd door een paramilitaire groepering. De eerste keer namen ze oppositieleider Besigye, die net was vrijgelaten op borg, mee naar een militaire rechtbank. De voorzitter van het Hooggerechtshof noemde dat een 'verkrachting van de rechterlijke macht' en nam prompt ontslag. Na de tweede inval gingen alle rechters in staking.


Kizza Besigye

Wie is bang van Laurent Nkunda?.
Het lijkt steeds evidenter dat rebellenleider Laurent Nkunda niet om een militaire, maar wel om een politieke reden op vrije voeten blijft.
Analyse waarom oost-congo een politiek en militair kruitvat blijft al weken is het oosten van Congo het strijdtoneel van bijzonder zware gevechten tussen het Congolese leger en de rebellen van de dissidente Tutsi-generaal Laurent Nkunda. Tegen Nkunda loopt een aanhoudingsbevel, en blijkbaar weet iedereen ook waar hij zit. En toch pakt niemand hem op.
'Het geweld in het oosten is Congo's derde oorlog', titelde gisteren Le Potentiel uit Kinshasa. Congo's twee grote oorlogen speelden zich tussen 1996 en 2003 af, maar vandaag wordt de burgerbevolking van beide Kivu-provincies in het oosten opnieuw, en in grote mate gegijzeld door het aanhoudende geweld.

Een van de grootste stoorzenders in Oost-Congo is de beruchte rebellenleider Laurent Nkunda, een Congolese Tutsi, die generaal was in het Congolese regeringsleger (FARDC). Hij deserteerde en verzamelde in het oosten van Congo enkele duizenden rebellen, naar eigen zeggen om de belangen van de etnische Tutsi-minderheid in Congo te verdedigen.
Nkunda wordt verondersteld nog altijd de militaire en financiële steun van Congo's kleine buur Rwanda te genieten, dat door de Tutsi-elite rond president Paul Kagame wordt geleid.
Nkunda's grote vijand in het oosten van Congo is het FDLR, extremistische Hutu-rebellen uit Rwanda met in hun gelederen een aantal oud-genocidaires, uit de volkerenmoord van 1994 in Rwanda.
De Tutsi-generaal Nkunda verwijt het Congolese regeringsleger in het oosten met het FDLR tegen hem samen te spannen. Waarnemers twijfelen echter aan de slagkracht van dat FDLR, dat sterk versnipperd zou zijn en zelfs geen commando-eenheid meer zou hebben.
Congo beschuldigt Laurent Nkunda van oorlogsmisdaden, en heeft in 2005 een aanhoudingsbevel tegen hem uitgevaardigd. Het grootschalige legeroffensief tegen Nkunda's militie heeft de rebellen de voorbije weken bijzonder zware slagen toegebracht. Nkunda, die begin deze week een kortstondig bestand verbrak, riep woensdagavond laat dan weer op het bestand te herstellen.
De rebellenleider verzekerde dat hij een staakt-het-vuren in de provincie Noord-Kivu ditmaal zou respecteren. Hij gaf ook toe dat zijn mannen de voorbije weken de controle over minstens vijf dorpen rond Goma, de provinciehoofdstad van Noord-Kivu, hebben verloren. Zijn militaire slagkracht heeft een zware dreun gekregen; in het oosten zou hij nog zo'n 4.000 manschappen tellen.
In Oost-Congo wordt het Congolese regeringsleger aangevuld met een groot deel van de 17.000 troepen van de Monuc, de stabilisatiemacht van de Verenigde Naties. De militair sterk verzwakte Nkunda houdt zich ergens in het oosten schuil, maar blijkbaar weet iedereen hem daar wel te vinden.
Waarom wordt Nkunda dan niet opgepakt? Het lijkt steeds evidenter dat Nkunda niet om een militaire, maar wel om een politieke reden op vrije voeten blijft.
De arrestatie van Nkunda door Congo zou volgens waarnemers veel te zwaar wegen op Congo's troebele relatie met Rwanda. Rwanda ziet voor Nkunda geen rol op lange termijn. Kigali zou bereid zijn hem helemaal te laten vallen, mits Kinshasa dan ook niet langer de Hutu-rebellen (FDLR) in het oosten ondersteunt.
Die ruil heeft de Rwandese president Paul Kagame zijn Congolese collega Joseph Kabila onlangs voorgesteld, tijdens hun ontmoeting in New York. Die diplomatieke dialoog mag zeer betekenisvol worden genoemd.
Ook positief is dat Kabila volgens waarnemers zelf steeds minder lijkt te geloven in de militaire interventie in het oosten. Uit vrees voor een totale ontsporing - de militaire bemoeienis van Congo's buurlanden Rwanda en Uganda, met een open oorlog in de regio tot gevolg - is minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht de voorbije maanden bij Kabila voor een diplomatieke oplossing blijven pleiten.
Kabila, tegelijk president en opperbevelhebber van het leger, lijkt daar meer open voor te staan, maar wordt gegijzeld door zijn machtige legertop en zijn eigen besluiteloosheid.
Door de diplomatieke stappen wordt de kans op een open oorlog in de regio wel geringer. Rwanda begrijpt steeds meer het belang van een stabiel Oost-Congo. En waarnemers menen dat zowel Rwanda als Uganda geen plannen heeft om (opnieuw) Congo binnen te vallen. Beide buurlanden beseffen dat een inval politiek zeer moeilijk te verkopen is. En daarnaast zijn Rwanda en Uganda nog altijd in grote mate afhankelijk van buitenlandse hulp.

Uit de Standaard, 12/10/2007

In januari 2009 liet Rwanda uiteindelijk zijn stroman, de rebellenleider Laurent Nkunda, als een baksteen vallen, om vlak daarna met het Congolese leger in de Kivu-streek op de Hutu-rebellen te gaan jagen.
Congo integreerde razendsnel, en zonder enige voorbereiding, Nkunda's Tutsi-militie in het Congolese regeringsleger

Germain Katanga, stond in 2003 aan het hoofd van het Front de Résistance Patriotique de l'Ituri (FRPI).
Katanga, ook bekend onder zijn oorlogsnaam 'Simba', zat al sinds maart 2005 in de cel in Kinshasa. De Congolese regering droeg hem in oktober 2007 over aan het Internationaal Strafhof in Den Haag..

Wie is wie in Oost-Congo anno 2009?
FARDC (Forces Armées de la République Démocratique du Congo): het Congolese regeringsleger.
FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda): de democratische strijdkrachten voor de bevrijding van Rwanda, ofwel Hutu-rebellen die vanuit het oosten van Congo het Tutsi-regime van de Rwandese president Paul Kagame bestrijden. Bij die Hutu-rebellen zit nog een aantal oud-genocidaires, extremistische Hutu's die deel namen aan de volkerenmoord op Tutsi's en gematigde Hutu's, in 1994 in Rwanda.
Het FDLR bestaat vandaag echter vooral uit jonge rebellen, die de genocide niet actief hebben meegemaakt. De FDLR-rebellen zijn inmiddels met de Congolese bevolking vermengd.
CNDP - Congrès National pour la Défense du Peuple: Pro-Rwandese Tutsi-militie van de Congolese rebellenleider Laurent Nkunda, die onlangs in het Congolesere regeringsleger is geïntegreerd. Nkunda zelf is in januari gearresteerd en verblijft in 'verzekerde bewaring' in een luxueuze villa in de Rwandese grensstad Gisenyi.
Mai Mai/Pareco - Coalition of Congolese Patriotic Resistance: Pro-Congolese milities in Oost-Congo.
Monuc- United Nations Mission DR Congo: De vredes- en stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in Congo.

Stand van zaken eind 2009.
Oost-Congo ving in 1994 een massale vluchtelingenstroom vanuit Rwanda op. Het waren vooral Hutu’s, die na de volkerenmoord met hun families op de vlucht sloegen. Een deel onder hen waren génocidaires, die zelf flink hadden deelgenomen aan de moordpartijen tegen Tutsi's en gematigde Hutu's in hun thuisland.
Invasies: na de genocide kwam in Rwanda een Tutsi-regime aan de macht, dat de aanwezigheid van de Hutu's, zo dichtbij zijn grens, tot tweemaal toe aangreep om Congo militair binnen te vallen.
Ook na die invasies hield Rwanda in Oost-Congo zowel militair als politiek een flinke vinger in de pap. Kigali ondersteunde milities zoals RCD-Goma, en gebruikte vorige herfst nog de Congolese Tutsi Laurent Nkunda (en zijn militie CNDP) als zijn marionet.
Rwandees-Congolees akkoord: precies de Hutu-rebellen van het FDLR (Fortis Démocratiques de Libération du Rwanda ), die al sinds1994 in de Oost-Congolese brousse schuilen, zijn het doelwit van de militaire operaties die Congo sinds begin dit Jaar voert in de Kivu-streek.
Tot ieders grote verrassing sloten de oude aartsvijanden Congo en Rwanda daartoe in januari zelfs een akkoord. Congo is het beu dat het FDLR in het oosten illegaal de mijnen exploiteert en de bevolking terroriseert, en voor Rwanda is het nu eens en voor altijd genoeg met die Hutu's aan de grens.
Militaire operaties sinds januari 2009:'Umoja Wetu', letterlijk'onze eenheid', werd de gezamenlijke militaire operatie van Rwanda en Congo tegen het FDLR genoemd. De operatie werd gevolgd door operatie 'Kimia' II ('Rust') van het Congolese regeringsleger, met de logistieke steun van de VN-macht Monuc.
De VN geven zelf toe dat het Congolese regeringsleger hoegenaamd niet is opgewassen tegen het FDLR. Bovendien zijn de praktische details van het akkoord tussen Rwanda en Congo in nevelen gehuld. Alleen de gevolgen ervan zijn bekend: Rwanda arresteerde in januari zijn eigen marionet Laurent Nkunda, en Congo integreerde razendsnel, en zonder enige voorbereiding, Nkunda's Tutsi-militie in het Congolese regeringsleger.
Het komt er eenvoudig op neer dat Congolese soldaten die vorig jaar rond Goma nog tegen Nkunda's mannen vochten, nu plots aan dezelfde zijde staan. Dat is de theorie. In de praktijk hebben de Congolese soldaten en Nkunda's mannen aparte kazernes en volgen de oud-rebellen een parallelle commandostructuur.
In grote delen van Rutshuru, Masisi en een stuk van Walikale (het zuiden van Noord- Kivu) voert Nkunda's CNDP ook een parallel administratief bestuur.
Oost-Congo behoort de facto Rwanda toe: de bevolking in Noord-Kivu is ervan overtuigd dat Rwanda in Oost-Conga nog altijd op militair, economisch en deels ook op bestuurlijk vlak de lakens uitdeelt, en pas bereid is enigszins de teugels te vieren wanneer Congo een groot aantal Congolese Tutsi s naar huis terug laat keren.
Het gaat om etnische Tutsi's, die soms al generaties in Congo woonden, en bij de opmars van de Tutsi-militie FPR in buurland Rwanda, begin jaren negentig, de grens zijn overgestoken. Nu willen ze weg uit dat kleine en overbevolkte Rwanda, en eisen ze hun oude land in Congo op. Voor hen zouden de Rwandese milities in Oost-Congo terrein vrijmaken, en de Kivu-streek dus de facto bij Rwanda aanhechten.

Terug naar index

6. Hutu

Hutu of Bahutu, volk dat 80% van de bevolking van de Afrikaanse staten Rwanda en Boeroendi uitmaakt. In 1961 brak in Rwanda een Hutu-revolte uit, die gericht was tegen de heersende minderheid van de Tutsi. Nadien waren er in Rwanda en ook in het buurland Boeroendi vele strubbelingen, die leidden tot een burgeroorlog die honderdduizenden het leven kostte.
De Interahamwe zijn extremistische Hutu's.
Deze Rwandese Hutu-rebellen worden bewapend en getraind door Kabila en nemen het vooral in het oosten van Congo op tegen het Rwandees regeringsleger, dat op zijn beurt de Congolese rebellen van de Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD) steunt. Hun aantal wordt geschat op 15.000. De kern van de interahamwe bestaat uit officieren van het voormalige Rwandese leger dat in 1994 de genocide ontketende in Rwanda. Hun rangen zwollen aan met jonge Hutu's die tijdens de opmars van het Rwandees Patriottisch Front (FPR) in 1994 naar Congo werden verjaagd. Volgens bet Lusaka-akkoord moeten deze forces négatives ontwapend worden. Kigali zegt dat het in Congo blijft zolang dat niet gebeurd is. Kinshasa ontkent hun bestaan. Omdat ze geen soldij ontvangen, leven ze van plundertochten.
De Hutu rebellen vallen uiteen in twee grote groeperingen;
ALIR I: Armée pour la Libération du Rwanda I, in de Kivu actief. (4.000 tot 6.000 man)
ALIR II: Armée pour la Libération du Rwanda I, in Katanga actief. (4.000 tot 6.000 man)
Het Rwandese leger heeft ook af te rekenen met Burundese Hutu-rebellen van de Forces pour la Défense de la Démocratie (FDD) en het Front pour la Libération Nationale (FNL), die geregeld meevechten aan de zijde van ALIR II, het Congolese regeringsleger en de Mayi-Mayi.

Terug naar index

7. Tutsi

Tutsi of Batutsi, Bantoetalig volk in Boeroendi en Rwanda, waar zij resp. ca. 15% en ca. 10% van de bevolking uitmaken. De Tutsi vormden een veehoudende aristocratische heersersklasse, die de landbouwende Hutu aan zich ondergeschikt gemaakt hadden. Vanaf het midden van de jaren vijftig hebben zich bloedige botsingen voorgedaan tussen de Hutu en de Tutsi.
De Banyamulenge, (mensen van de heuvels) zijn Congolese Tutsi's in Zuid-Kivu.
Lees "Hutu en Tutsi, eeuwen strijd" van Peter Verlinden, uitgeverij het Davidsfonds (1995).

Terug naar index

8. Mayi-mayi

Congolese gewapende groepen in het oosten van Congo - vormen met hun spirituele gebruiken een eigenaardig fenomeen. Ze hebben eigen dokters die middeltjes (drankjes en water - vanwaar de naam Mayi = water in het Lingala) maken die hen 12 jaar lang onkwetsbaar maken voor kogels.
Dit ook mede door het gebruik van tatoeages, ze mogen nooit het pad kruisen van een vrouw en geen voedsel eten dat door een vrouw is bereid. Sex is taboe. Maar hun commandanten staan in verbinding met elkaar met satelliettelefoons. En hun ideologie is simpel: momenteel zijn de Tutsi's de vijand.
Maar met hun guerrilla-acties bezorgen ze de Congolese rebellenbeweging RCD/Goma en haar broodheren van het Rwandese leger steeds meer moeilijkheden.
"Kabila bezorgt de Mayi-Mayi sinds maart 1999 wapens via vliegtuigjes die op kleine pistes landen. Ze opereren steeds minder in geïsoleerde groepjes, hun interne organisatie wordt steeds beter. En omdat iedereen geloof hecht aan hun spirituele overtuiging dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels, heeft iedereen schrik van hen - ook de Rwandezen", zegt Koen Vlassenroot, assistent aan het Studiecentrum voor de Derde Wereld van de Universiteit Gent. Een van hun leiders, Sylvain Luecha, werd onlangs door Kabila aangesteld tot stafchef van het Congolese leger.
Bovendien sloten de Mayi-Mayi een tijdelijk en precair verbond met de Interahamwe, Rwandese Hutu's van wie een deel betrokken was bij de genocide in 1994. Zij viseren het regime in Kigali. In de Ruzizi-vlakte kunnen de Mayi-Mayi dan weer rekenen op de steun van Burundese Hutu-rebellen, die het regime van president Buyoya in Bujumbura bevechten. Buyoya steunt dan weer de Banyamulenge, Congolese Tutsi's met Rwandese wortels in Zuid-Kivu.
"Een Burundese boot met ongeveer 200 militairen en munitie is tot zinken gebracht door de nationalistische Mayi-Mayi tussen Kabimba en Wimbi", is een van de (moeilijk te controleren) berichten die steeds vaker vanuit Zuid-Kivu, op de redactie belanden.
Zeker is dat de Mayi-Mayi een campagne begonnen zijn tegen de Banyamulenge. Kigali gebruikte hen zowel in 1996 als in 1998 als een soort van vijfde colonne om Congo binnen te vallen. "De Mayi-Mayi houden de plateaus waar de Banyamulenge leven omsingeld", zegt Vlassenroot. In Bukavu en Uvira komen de jongste tijd steeds meer gevluchte Banyamulenge aan. De Mayi-Mayi slaagden er recentelijk in Lemera in te nemen en controleren de weg tussen Lemera en Uvira en zitten op zo'n 20 kilometer van Bukavu.
"Er heeft in het oosten van Congo altijd een soort verzet bestaan tegen externe indringers" zegt Vlassenroot.
De jongste beweging ontstond begin de jaren negentig in Kasindi, vertelt Vlassenroot, toen gemarginaliseerde jongeren zich gingen verzetten tegen het wegzinkende Mobutu-regime.
Het grondsysteem in de Kivu is strikt geregeld en maakt het niet makkelijk om aan een lapje landbouwgrond te komen, terwijl de slabakkende economie geen alternatieven bood.
"Het gaat om een soort verwerping van de moderniteit en een sociale orde waarin zij toch geen plaats hebben", aldus Vlassenroot. "Ze zochten bijgevolg alternatieven in de illegale exploitatie van goudmijnen en in de vorming van milities. De machetes maarten plaats voor echte wapens toen traditionele en politieke leiders hen gingen mobiliseren in hun strijd tegen de Hutu's van Rwandese oorsprong in Noord-Kivu vanaf 1993.
En nu zijn er krijgsheren die dit fenomeen organiseren om hun belangen te verdedigen. Het gevolg is een militarisering van de economie én van het sociale leven: de traditionele leiders verloren hun invloed aan de jongeren die wapens dragen."
De Mayi-Mayi kunnen in het algemeen rekenen op de steun en sympathie van de Congolezen, hoewel de plattelandsbevolking ook vaak te lijden heeft van hun acties, "Ze stelen voedsel, ze heffen taksen op markten en doen mensen aan barrières betalen."
Maar vooral betaalt de plaatselijke bevolking de prijs doordat soldaten van het Rwandese leger en van de RCD wraakacties uitvoeren na aanslagen door de Mayi-Mayi: moorden, brandstichtingen, plunderingen. Ze straffen de dorpsbewoners zo voor de steun die ze de Mayi-Mayi geven.
Terzelfder tijd staan Kigali en de RCD in contact met de leiders van de Mayi-Mayi, waarbij ze hen ervan pogen te overtuigen hun samenwerking met de Interahamwe en Kabila te staken: het zoveelste voorbeeld van het kluwen dat de Kivu is geworden.

Gelezen in De Standaard van 29 april 2000

De Mayi-Mayi bestaan uit drie groeperingen, het Congolees verzet (20.000 tot 30.000 man) de Padiri-groep (6.000 man) en de Dunia-groep (4.000 tot 5.000 man).

Wie zijn de Mayi-Mayi?
Ze zijn moeilijk onder één noemer te vatten omdat ook andere groepen claimen dat ze Mayi-Mayi-rebellen zijn.
Het zijn lokale verzetsgroepen die zich vooral sinds de jaren '60 verenigen om hun territorium te verdedigen.
In Oost-Congo zijn ook nog Hutu-rebellen en rebellen van krijgsheer Nkunda actief.
De Mayi-Mayi zijn voornamelijk aanwezig in het oosten van Congo, in Noord- en Zuid-Kivu. In die twee gebieden zijn ze naar schatting met 20 tot 30.000.
Hun militaire capaciteit en politieke oriëntatie verschilt onderling zeer sterk en kan ook zeer snel veranderen.
Ze staan erom bekend dat ze allianties afsluiten naar gelang hun belangen van dat moment. Dat leidt tot interne conflicten en helpt te verklaren waarom er geen duidelijk patroon in de allianties terug te vinden is.
Niet alle Mayi-Mayi-rebellen waren bereid om te ontwapenen en te reïntegreren in de Congolese maatschappij.
Tijdens de jarenlange conflicten in Congo hebben veel Mayi-Mayi zich teruggetrokken in de brousse en in natuurreservaten zoals het nationaal park van Virunga, waar de overval van 20 mei plaatsvond.
Veel Mayi-Mayi weigeren uit de wouden te vertrekken.
De Mayi-Mayi staan van alle rebellengroepen het dichtst bij de bevolking, omdat ze de boeren steunen die tijdens de conflicten ook naar de natuurgebieden trokken en nu niet willen terugkeren naar hun oorspronkelijke woonplaatsen.

Gelezen in De Standaard van 1 juni 2007

Terug naar index

De Congolese Mayi-Mayi-rebellen zijn verspreid over de provincies Noord- en Zuid-Kivu, Maniema en Katanga. In de Kivu's zitten nog naar schatting 30.000 Mayi-Mayi. Toch is inmiddels ook een groot aantal strijders in het reguliere leger opgenomen. In 2005 stelden internationale organisaties nog vast dat bij de Mayi-Mayi in Zuid-Kivu heel wat kindsoldaten zaten. Ze stellen zich voor als een Congolese verzetsbeweging die strijdt tegen de inmenging van Rwanda en de door Rwanda gesteunde gewapende groeperingen in Oost-Congo. Maar de Mayi-Mayi hebben zich tijdens de tweede Congolese oorlog ook aan banditisme en plunderingen bezondigd. In Maniema was er een grote groep Mayi-Mayi rond Kindu. De Mayi-Mayi worden ook als een paraplubeweging beschouwd, die krijgsheren en dorpsoudsten, maar ook politiek gemotiveerde verzetsstrijders omvat. Ze gaan ook vaak allianties aan, volgens hun belangen van dat moment. Daarom zijn de Mayi-Mayi moeilijk onder één noemer te vatten.

Gelezen in De Standaard van 29 oktober 2007

Terug naar index

Krijgsheer Padiri :
De oorlog in Congo mag dan al officieel voorbij zijn, in het oosten worden grote gebieden nog altijd bestuurd door krijgsheren. Maar in Kisangani hoor je geen slecht woord over generaal Padiri. De voormalige Mayi-Mayi-leider uit Zuid-Kivu kreeg in het Congolese overgangsproces de militaire verantwoordelijkheid over de Oostprovincie, met als hoofdstad Kisangani. Niet niets dus. En hij brengt het er verbazend goed vanaf.
Padiri, een Mutembo, kan op gratie rekenen in Kisangani omdat hij rust bracht en de stedelingen bevrijdde van de wegbarrières. De versperringen bestonden op verschillende plaatsen: in de stad moesten de toleka's of fietstaxi's 250 Congolese frank per dag betalen, de barrières rond de stad bezorgden de bevolking het gevoel opgesloten te zitten.
Die versperringen waren het werk van de door Rwanda aangevuurde rebellenbeweging RCD/ Goma, die Kisangani controleerde. Maar Padiri heeft hen diets kunnen maken dat dit uit moest zijn. Dat ze dit pikten, is mee te wijten aan het feit dat de Rwandezen, en president Kagame in het bijzonder, veel internationaal krediet verspeelden. “En”, werpt Padiri op, “Rwanda en Uganda blijven ondertussen wel de diamanthandel in de stad controleren. Als militair kan ik niet tussenbeide komen in deze commerciële aangelegenheid”.
Ook elders in de provincie is het gros van de wegversperringen verdwenen. Padiri hield de verschillende rebellenbewegingen, zoals de Mayi-Mayi, de RCD/National en het MLC aan de ondertekening van het Congolese vredesakkoord en ging als militair vaak diplomatisch te werk. Zo bemiddelde hij in Kinshasa opdat Jérome Kakawavu, een krijgsheer uit de Ituri (in het stadje Aru tegen de Ugandese grens) niet over het hoofd gezien zou worden bij de verdeling van de posten bij de hereniging van het land. In Congo is dat vandaag de manier om militieleiders in de pas te doen lopen.
Gemakkelijk heeft de 38-jarige Padiri het niet. Hij vreest voor zijn veiligheid en voor die van zijn vrouw en vier kinderen, die hij in Kinshasa onderbracht. Niet onterecht, er werden al aanslagen op Padiri gepleegd. “De angst houdt mij evenwel niet tegen mijn taak uit te voeren.”, zegt hij.
Daarnaast is in Kinshasa niet iedereen blij met de successen die hij boekt. Padiri verwijt minister van Defensie Jean-Pierre Ondekane (RCD/Goma) stokken in de wielen te steken door de soldij en het voedsel voor zijn manschappen niet te betalen. Padiri kan dat niet voorschieten: hij staat erom bekend dat hij als rebel (hij voert al sinds `95 strijd) niet in de eerste plaats aan zijn eigen zak gedacht heeft.
Toch kunnen onaangename zaken uit Padiri's verleden in het maquis opduiken: er bestaan aanwijzingen dat rebellen die aan hem rapporteerden, aan het verkrachten sloegen. De wreedheden van andere Mayi-Mayi-groepen, vooral in Noord-Katanga, houden Padiri tegen om zichzelf als leider van al deze Congolese verzetsstrijders voor te stellen. Al speelt hij duidelijk met die gedachte, “maar eerst moeten alle misdaden berecht worden”.
Voor sommige politici in Kinshasa is er nog andere hoop om de Mayi-Mayi-generaal op zijn bek te zien gaan. De volgende maanden moet hij met de eerste brigade van Kisangani, die een opleiding in vredeshandhaving krijgt van de Belgen, geleidelijk de Monuc-troepen van de VN in en om Bunia vervangen. Normaal komt in maart het eerste bataljon aan, begin juli moet de hele brigade de plaats van de Monuc-troepenmacht hebben ingenomen.
De Belgische majoor William Breuer in Kisangani durft niet garanderen dat de operatie zal slagen. Hij wijst op enkele troeven van de troepen in opleiding: “De Congolese soldaten spreken de taal van de bevolking en de meesten zijn nationalisten in hart en nieren.”
Padiri is vastbesloten ook in Ituri te slagen. Hij onderhoudt veel contact met de Monuc om de nodige steun los te weken. En de militair-diplomaat is van plan om de studenten uit de Ituri die in Kisangani verblijven, in te zetten om met de bevolking te bemiddelen.

Gelezen in De Standaard van 10 februari 2004

Terug naar index

9. Hema en Lendu

Uit de Standaard 11 en 12/8/2002:
Tientallen doden bij gevechten. Bij aanhoudende gevechten tussen Congolese rebellen van het RCD-ML van Mbusa Nyamwisi ( die het gebied rond Beni, Butembo en Bunia controleert ) en strijders van Hema-stam die hulp krijgen van Ugandese militairen en de Hema-milities van Thomas Lubanga die zich afscheurde van het RCD-ML, zijn zeker 48 doden gevallen. Een woordvoerder van de waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Congo heeft dat vrijdag bekendgemaakt.
De gevechten woeden sinds dinsdag in Bunia, in het noordoosten van Congo. De partijen vechten voor de beheersing van het belangrijke handelscentrum. De rebellen hadden tot voor kort de stad in handen. Tot dusver zouden de gevechten het leven hebben gekost aan 37 burgers en 11 Ugandese soldaten.
In Bunia werden echter twee massagraven gevonden met 75 lichamen van vrouwen en kinderen, met hakmessen om het leven gebracht….
Onlangs braken ook al gevechten uit tussen de Hema- en de Lendustam in de omgeving van Bunia. De twee stammen vechten van oudsher om de beheersing van veebedrijven en thee- en koffieplantages in het gebied.
De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, zei tijdens een bijeenkomst van de Veiligheidsraad dat de internationale gemeenschap al het mogelijke moet doen om de vrede in Congo te doen terugkeren.

De relaties tussen de Hema grootgrondbezitters en veeteIers - en de Lendu - boeren - zijn al decennialang gespannen en draaien essentieel rond grondgeschillen.
Zolang Congo nog min of meer bestuurd werd, hielpen palavers en toegevingen (van vooral de Lendu) een labiel evenwicht in stand houden.
Maar de oorlog in Congo, de ineenstorting van elke structuur en de implicatie van Ugandese bezetter aan de kant van de Hema maakten dat het conflict ontspoorde.
De jongste twee jaar zijn al naar schatting 7.000 mensen vermoord, terwijl enkele honderdduizenden op de vlucht sloegen.
Analyses van de gevechten van 19 januari 2001 in Bunia (naar schatting 250 doden) maken duidelijk dat ook dit keer het Ugandese leger een dubieuze rol speelde.
Na een aanval van Lendu en Ngiti op Ugandese militaire posities in Bunia, "zette het Ugandese leger de Hema aan om wraakacties uit te voeren en de Lendu- en Ngiti-milities te achtervolgen", verklaart Roberto Garreton. De speciale rapporteur van de VN inzake mensenrechten voor Congo beschuldigt Uganda ervan "de spanning tussen de twee etnische groepen aan te wakkeren".
En Human Rights Watch (HRW) merkt op dat de Ugandese kolonel Edison Muzoora niet gereageerd heeft op oproepen om een einde te maken aan de slachtingen". "Vreemde troepen zouden niet mogen deelnemen aan de burgeroorlog in Congo", verklaarde Alison Des Forges van HRW. "Maar als ze ter plekke zijn, zouden ze zich zeker niet medeplichtig mogen maken aan aanvallen tegen de burgerbevolking."
Daar komt bij dat Uganda zowel Lendu- als Hema-militanten bewapende, zelfs op het moment dat de etnische spanningen al duidelijk waren. Kampala wou zo een legertje in elkaar boksen voor de RCD-ML, de Congolese rebellenbeweging van Wamba dia Wamba. Toen de RCD-ML uit elkaar viel in drie kampen - waarvan een onder controle van de Hema Tibasima Atenyi - deserteerden de Lendu-rekruten en gingen ze de rangen versterken van de milities. Dit zou verklaren waarom de Lendu-milities sinds kort ook over automatische wapens beschikken, bovenop de traditionele machetes en speren.
Suleiman Baldo van HRW wijst erop dat een nog gevaarlijker evolutie aan de gang is: "De twee groepen identificeren zich nu met de categorieën Hutu-Tutsi van de Rwandese genocide. De Lendu beschouwen zich nu als ouders van de Hutu, terwijl de Hema zich met de Tutsi identificeren. Die identificatie en de band met de genocide riskeren de strijd om te vormen tot iets wat nog veel verwoestender is."
De Congolese bevolking betaalt zoals steeds het gelag. In een jaar tijd is de koopkracht er met de helft gedaald. Gouddelvers zijn nog altijd actief in de mijnen van Kilo Moto maar kunnen niet anders dan hun vondsten verkopen aan Ugandese opkopers, tegen minderwaardige prijzen. Hetzelfde gebeurt met koffie en tropisch hout.
De gewone Lendu en Hema willen drie dingen. Een: de Ugandezen buiten. Twee: het herstel van de eenheid van Congo En drie: vrede, zodat ze opnieuw hun velden kunnen bewerken en ontsnappen aan de economische wurging.

Uit De Standaard 7/3/2003:
Het Ugandese leger veroverde gisteren na zware gevechten in het noordoosten van Congo de stad Bunia op de Congolese rebellen van het UPC, die steun krijgen van Rwanda. "Volgens de Ugandese president Yoweri Museveni spelen de Rwandezen een spel waarbij ze het grootste deel van de Kivu en de lturi willen innemen via bondgenoten", zegt Europarlementslid Johan Van Hecke (VLD) vanuit Kampala.
Volgens een VN-functionaris in Kampala viel het UPC gisterenmorgen de Ugandese soldaten aan die de luchthaven van Bunia controleren. Daarop viel het Ugandese leger rond 6 uur plaatselijke tijd Bunia binnen. "Tegen 11.30 uur passeerden soldaten van het Ugandese leger en militieleden gewapend met geweren, pijl-en-boog en machetes", aldus een bron in Bunia. "Ze droegen maskers over het hoofd en trokken in de richting van het centrum van de stad. Van tijd tot tijd weerklonken overwinningsliederen."
RCD/ML en Lendu-milities gingen half februari 2003 in de aanval en vielen onder meer Bogoro aan, een Hema-dorp op 40 kilometer ten zuidoosten van Bunia. Daarbij zouden honderden doden zijn gevallen. Twee dagen later viel het stadje Tchayi, op 12 kilometer van Bunia.

Terug naar index

13. De Vlaamse Leeuw

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op's vijands trillend lijk.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Terug naar index

14. Le Chant de Wallons

Le Chant des Wallons Tchant dès Walons
(version française officielle)(version Walon)
I.

Nous sommes fiers de notre Wallonie,
Nos estans fîrs di nosse pitite patreye
Le monde entier admire ses enfants.
Ca lâdje èt Ion, on djâze di ses èfants !
Au premier rang brille son industrie
 prumî rang, on I'mèt po l'industreye
Et dans les arts on l'apprécie autant.
Èt dins les ârts, èle riglatit ostant.
Bien que petit, notre pays surpasse
Nosse têre est ptite, mins nos avans I'ritchesse
Par ses savants de plus grandes nations.
Des omes sincieus qu'anôblixhèt leus noms.
Et nous voulons des libertés en masse :
Èt nos avans des libertés timpesse:
Voilà pourquoi l'on est fier d'être Wallons !
Vola poqwè qu'on-z-est fîrs d'esse Walons !

II.

Entre Wallons, toujours on fraternise.
Dans le malheur, on aime s'entraider :
On fait le bien sans jamais qu'on le dise,
En s'efforçant de le tenir caché.
La charité visitant la chaumière
S'y prend le soir avec cent précautions :
On donne peu, mais c'est d'un coeur sincère :
Voilà pourquoi l'on est fier d'être Wallons !

III.

Petit pays, c'est pour ta grandeur d'âme
Que nous t'aimons, sans trop le proclamer.
Notre oeil se voile aussitôt qu'on te blâme
Et notre coeur est prêt à se briser.
Ne crains jamais les coups de l'adversaire.
De tes enfants les bras te défendront
Il ne faut pas braver notre colère:
Voilà pourquoi l'on est fier d'être Wallons !

Terug naar index

15. Lingala

Is een artificieel ontstane taal in Congo die dan ook oorspronkelijk door niemand werd gesproken als moedertaal.
Ondertussen heeft deze taal zich verspreid van Kinshasa tot Kisangani en in het Centrale landsgedeelte.
Enkele oefeningen:

Verbuiging van het werkwoord "zijn":

ik ben

nazali

wij zijn

tozali

jij bent

ozali

jullie zijn

bozali

hij is

azali

zij zijn

bazali

Verbuiging van het werkwoord "hebben":

ik heb

nazali na

wij hebben

tozali na

jij hebt

ozali na

jullie hebben

bozali na

hij heeft

azali na

zij hebben

bazali na

Tellen:

1 moko

2 mibale

3 misato

4 minei

5 mitano

6 motoba

7 nsambo

8 mwambe

9 libwa

10 zomi

Men noemde mij dan ook soms in de brousse, yowane motoba...

Terug naar index

16. Ngbaka

In de streek van Bwamanda zijn de mensen Ngbaka's.
Het Lingala wordt door oudere vrouwen, die weinig school gezien hebben, niet of weinig gesproken. Hun moedertaal is het Ngbaka, een nasale vooral éénlettergrepige taal en totaal verschillend van het Lingala.
Water betekent "li" in het Ngbaka, maar "mai" in het Lingala..

Terug naar index

17. Maniok

Maniok behoort tot de wolfsmelkfamilie. Voor veel bewoners van het Afrikaanse evenaarswoud is dit nog altijd een basisvoeding.
De maniok is afkomstig uit Brazilië en omliggende gebieden en werd rond de jaren 1600 door Portugese zeelui ingevoerd in Afrika. Daar verving hij geleidelijk de banaan als basisvoedsel.
De maniok is een struik, die, gecultiveerd, 2 tot 3 meter hoog kan worden.
Wanneer de vruchten rijp zijn, spatten ze als capsules met geluid open. In de wortels van de maniokplant zit er cyaanglucose. Dat wordt manioktoxine genoemd. Deze glucose bepaalt of men te maken heeft met zoete of bittere maniok.

maniokwortels

Qua uitzicht en soort zijn ze dezelfde plant, maar het glucosegehalte is verschillend. Het onderscheid hangt ook af van het feit of de glucose in de buitenzone van de wortels gelokaliseerd is of gelijkvormig verdeeld voorkomt over de weefsels van de plant.
De wortels zijn 30 tot 50 cm lang, hebben een diameter van 5 tot 10 cm en wegen 2 tot 4 kilogram. Soms zijn ze langer en wegen dan tot 20 kg. Deze wortels zijn rijk aan zetmeel en hebben een bruinroodachtige schors. Hoewel de bittere maniok giftig is, wordt die het meest gekweekt in het regenwoud. De mensen vinden die immers het lekkerst. Bij de bereiding wordt het gif echter geëlimineerd. Dat gebeurt bij het pellen en het roten.
De jonge blaadjes van de plant worden als groente gebruikt en bereid als spinazie.

Terug naar index

19. Armoede en rijkdom

In de hele wereld leven 1,3 miljard mensen in armoede, onder wie de helft van alle Afrikanen. Meer, dan drie miljard mensen hebben een dagelijks inkomen van minder dan zeventig frank. De rijkste tien mensen van deze planeet bezitten meer dan 600 miljoen mensen uit de armste landen. De vierhonderd multimiljardairs zijn even rijk als 45 procent van de totale wereldbevolking. In de VS is 39 procent van 's lands rijkdom in handen van één procent van de bevolking. In Frankrijk, Duitsland, Engeland en Italië bezit de armste 20 procent van de bevolking 6 procent van de nationale koek. De rijkste 20 procent bezit 46 procent. De inwoners van de VS nemen een kwart van het energieverbruik van de hele wereld voor hun rekening. Als we de armste twintig procent van de wereldbevolking vergelijken met de rijkste twintig procent, zien we dat de armsten het moeten doen met 17 keer minder energie, 11 keer minder vlees en 145 keer minder auto's.
En hoe evolueert die situatie nu? De polarisering tussen rijk en arm groeit bijzonder snel. In 1960 ,beschikte 20 procent van de rijkste landen over een inkomen dat dertig keer hoger was dan dat van de 20 procent armste landen. In 1995 was dat al 82 keer hoger. In meer dan tachtig landen is het inkomen vandaag lager dan twintig jaar geleden.
In 1930 waren er dertig armen voor één rijke, nu zijn het er vierenzeventig. Het aantal extreme armen in Latijns-Amerika is in de laatste vijftien jaar verdubbeld. In Mexico komen er jaarlijks een miljoen armen bij. Tussen 1970 en 1995 steeg het aantal armen in Chili van 17 naar 27 procent. Jef Vuchelen van de Vrije Universiteit Brussel heeft vastgesteld dat de rijkste tien procent in België in 1984 46,8 procent van alle vermogens controleerde. In 1994 was dat cijfer gestegen tot 49,5 procent. Tijdens de periode 1985-1994 daalde het gemiddelde loon van een werknemer met 0,4 procent, terwijl de uitbetaalde winsten met 136 procent stegen.
De armen worden tot radicale bezuinigingen en inleveringen gedwongen, terwijl de rijken zich kunnen overgeven aan een ongeremd verbruik en een mateloze verspilling. Er varen steeds meer plezierbootjes van tientallen miljoenen rond. In Europa en de Verenigde Staten bedragen de jaarlijkse uitgaven voor dierenvoeding ruim 715 miljard frank en de alcoholische dranken slorpen in Europa 4.420 miljard frank op. Japanse managers besteden jaarlijks 1.473 miljard frank aan feesten en vermaak.
Niet alleen de mensen in de Derde Wereld worden getroffen door inhumane levensomstandigheden. Ongeveer honderd miljoen personen in het Noorden delen hetzelfde lot. In Europa leven vijftig miljoen personen in armoede. In Groot-Brittannië hebben anderhalf miljoen gezinnen niet genoeg te eten. Duitsland telt zes miljoen onbemiddelden. In de Verenigde Staten wonen 45 miljoen armen. Daar heeft een kwart van de kinderen onder de twaalf jaar honger. Bijna de helft van de zwarten leeft onder de armoedegrens.
De Verenigde Naties, die 185 landen van de wereld verenigen, steunen al jarenlang de Werelddag tegen de Armoede in de Wereld. Maar ondertussen is sinds 1990 het aantal armen continu gestegen en is de internationale steun aan de arme landen gedaald.


WASHINGTON - Afrika is nog niet helemaal verloren. Als er een fundamentele ommezwaai komt in het beleid, kan het continent de vicieuze cirkel van gemiste kansen en aanhoudende conflicten doorbreken, zegt de Wereldbank in een nieuw rapport. (uit De Standaard van 5 juni 2000)

Het rapport, dat de titel "Can Africa claim the 21st century" meekreeg, is het resultaat van een studie die gezamenlijk werd uitgevoerd door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, het Afrikaans Economisch Onderzoek Consortium, de Global Coalition on Africa (GCA), de Economische Commissie van de VN voor Afrika en de Wereldbank.
Het rapport geeft de Afrikaanse leiders wel stapels huiswerk mee: ze moeten resoluut een einde maken aan de oorlogen die hun continent teisteren, hun economisch beleid bijsturen, meer investeren in hun bevolking, hun economische productie diversifiëren en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bevorderen.
Het totale inkomen van Afrika is niet meer dan dat van België, het gemiddelde bbp van een Afrikaans land stemt overeen met dat van een kleine stad in een westers industrieland.
Het rapport verwijst naar Uganda, Mozambique en Ghana als landen die essentiële economische hervormingen hebben doorgevoerd, waar het economische beleid verbeterd is, waar markten en handel werden geliberaliseerd en waar de particuliere sector groeide met als gevolg verhoogde inkomens.
Mozambique, één van de armste landen van de wereld, is een mooi voorbeeld van succesvolle conflictbeheersing. Het land kende sinds het vredesakkoord van 1992 dat een einde maakte , aan bijna 20 jaar burgeroorlog een jaarlijkse economische groei van 10 procent. Spijtig genoeg stak de natuur een stok in de wielen. Het zal jaren duren voor het land hersteld is van de zware overstromingen van de voorbije maanden.
Afrika moet volgens de Wereldbank minder afhankelijk worden van zijn snel uitdunnende natuurlijke bronnen en meer steunen op het grote arsenaal aan arbeidskrachten. Het zijn voornamelijk de Afrikaanse vrouwen die voor de reserve aan arbeidskrachten zorgen, meldt het rapport. Zij werken immers meer dan de Afrikaanse man, zeker in de landbouw. Ten gevolge van lokale gewoontes en wettelijke beperkingen hebben zij echter minder toegang tot hulpmiddelen als grond, kredieten, bemesting en onderwijs.
Tussen 1960 en 1990 groeide de gemiddelde scholing van de Afrikaanse vrouw met slechts 1,2 jaar - de laagste groei ter wereld. Volgens onderzoeken zou de nationale economische groei minstens 0,8 procent per jaar hoger liggen indien vrouwen er dezelfde mogelijkheden zouden krijgen als mannen. De economische groei moet in Afrika minstens 5 procent bedragen om te voorkomen dat het aantal armen groeit. Wil men het percentage van mensen in bittere armoede tegen 2015 halveren, dan moet de jaarlijkse groei zelfs over de 7 procent, gaan zegt het rapport. Op dit moment kent het gemiddeld Afrikaans land teen groei van 4 procent.
Het continent zal ook moeten profiteren van een verbeterde efficiëntie.
Een andere belangrijke uitdaging waar Afrika mee kampt, is de vraag hoe de inkomens kunnen worden verhoogd. Het totale inkomen van het continent is niet meer dan dat van België. Het gemiddelde bbp van een Afrikaans land bedraagt niet meer dan 2,15 miljard euro (86,7 miljard frank), wat overeenstemt met dat van een stad van 60.000 inwoners in een rijk land, merkt het rapport opa. Het totale bbp van Afrika is slechts 1 procent van het wereld-bbp en het continent participeert voor maar 2 procent aan de wereldhandel.
Een manier om inkomens te vergroten is de toegang van Afrika tot: markten in ontwikkelde landen te verhogen. Zo juicht het rapport de Africa Growth and opportunity Act toe die de Verenigde Staten onlangs hebben goedgekeurd, waarmee de markt van de VS meer wordt geopend voor Afrikaanse producten.
Maar over het algemeen blijven de geïndustrialiseerde landen Afrikaanse producten uitsluiten. Zo belopen landbouwsubsidies in westerse industrielanden rond de 320 miljard euro (12.910 miljard frank) per jaar, een bedrag even hoog als het totale Afrikaanse bbp.

Terug naar index

20. Gezondheid

Er zijn in de hele wereld 840 miljoen mensen verstoken van alle geneeskundige zorgen. In de minst ontwikkelde landen haalt een op de drie inwoners het veertigste levensjaar niet. Jaarlijks overlijden 17 miljoen mensen aan geneeslijke ziekten wegens gebrek aan hulp, onder wie twaalf miljoen kinderen beneden de vijf jaar. Belangrijke ziekten die voortwoekeren of oprukken zijn malaria, cholera, difterie, slaapziekte, longontsteking, tuberculose, difterie, cryptosporidiosis.
De opsomming van de droge feiten is eentonig en verpletterend. In veel landen sterven 200 kinderen op 1.000 vooraleer ze vijf jaar oud zijn. Het vergelijkbare cijfer bedraagt 53 voor OostAzië en 9 voor de rijke landen. Jaarlijks sterven meer dan 2 miljoen kinderen van minder dan een jaar oud. Om de drie seconden sterft een kind, meestal aan een besmettelijke ziekte.
Elke dag sterven 3.000 mensen aan malaria -drie op vier onder hen kinderen. De aids-catastrofe zal in sommige landen een verkorting van de levensverwachting met 20 jaar tot gevolg hebben. De hele vooruitgang sinds de jaren vijftig kan daardoor worden tenietgedaan.
Meer dan 250 miljoen Afrikanen hebben niet de beschikking over gezond water. Meer dan 200 miljoen blijven verstoken van gezondheidszorg. Meer dan 140 miljoen jongeren zijn analfabeet, en minder dan een kwart van de meisjes uit arme gezinnen gaat naar de lagere school.
Als men wil voorkomen dat het aantal armen verder toeneemt, is meer dan 5 procent groei per jaar vereist, nagenoeg tweemaal het tempo van de afgelopen dertig jaar. Als de prijzen van Afrika's exportproducten blijven dalen, zal de groei nog hoger moeten uitvallen om hetzelfde magere resultaat te bereiken.
Wat met aids:
Er zijn 33 miljoen mensen die aan die ziekte lijden. 23 miljoen daarvan leven in Midden- en Zuid-Afrika. Verder zijn er zes miljoen in Zuidoost-Azië en 1,3 miljoen in Latijns-Amerika. Tot dusver zijn 16 miljoen mensen aan die ziekte gestorven. Dat zijn er zo'n 5.500 per dag.
De wereld is een stinkende puinhoop geworden. Meer dan een miljard mensen heeft geen woning. De helft van de wereldbevolking beschikt niet over behoorlijke sanitaire voorzieningen. De laatste decennia zijn miljoenensteden met kilometerslange krottenbuurten in Latijns-Amerika, Afrika en Azië als paddestoelen uit de grond gerezen. In de Verenigde Staten leven 70 miljoen personen zonder medische verzekering en zijn er 52 miljoen analfabeten. In de Europese Unie zijn er 40 miljoen armen en 18 miljoen werklozen. Nooit is er in de wereldgeschiedenis zo'n schrijnende ellende, zoveel ontoelaatbare onrechtvaardigheid, zo'n gebrek aan zorg, zoveel geweld en onderdrukking geweest.
Wat de voedselsituatie betreft, stellen we vast dat de wereldproductie voldoende zou moeten zijn om iedereen te spijzen. Toch leven achthonderd miljoen mensen in een chronische toestand van ondervoeding. Dertig miljoen mensen lijden honger, een situatie die vaak eindigt met de dood. Twintig procent van de kinderen in de Derde Wereld krijgt onvoldoende calorieën en proteïnen.

Terug naar index

21. Ontwikkelingshulp

De ontwikkelingshulp zou 0,7 procent van het bruto nationaal product (bnp) van de donorlanden moeten bedragen. In werkelijkheid is dat maar 0,22 procent. België houdt het bij 0,36 procent.
In '99 is dit tot een dieptepunt gezakt van 28,26 miljard frank of 0,3 procent.
Een groot deel van het geld gaat naar militaire hulp en steun voor infrastructuurwerken. Slechts een tiende gaat effectief naar armoedebestrijding, gezondheidszorg en onderwijsprojecten. Veel ontwikkelingsgeld keert terug naar de donorlanden door bestellingen bij bedrijven in het Noorden en via de lonen voor de coöperanten. Gewezen staatssecretaris Reginald Moreels liet zich ooit ontvallen dat van elke honderd frank Belgische steun er 88 frank naar ons land terugkeert.
Vergeten we ten slotte niet dat elk jaar minstens 33.687 miljard frank van het Zuiden naar het Noorden vloeit als gevolg van de kapitaalvlucht, de slechte ruilvoeten, de schuldenafbetaling, de ontduiking van de belasting door de megasystemen en de te lage lonen in het Zuiden.
Als westerse beleggers beslissen hun kapitalen terug te trekken uit ontwikkelingslanden, komen die gebieden in dramatische moeilijkheden terecht en hebben zij geen verweer. Het is zover gekomen dat de rijken op aarde over de macht beschikken om het bestaan van honderden miljoenen mensen onmiddellijk te bedreigen. Dat schept uitbuitingsmogelijkheden die vroeger nooit hebben bestaan.

Terug naar index

 

22. Een oplossing ?

Op de agenda voor de komende jaren staan volgens het rapport "Can Africa claim the 21st century" vier hoofdopgaven.

  1. Het bestuur verbeteren en conflicten voorkomen. Ten minste één Afrikaan op vijf leeft in een land dat door oorlog wordt ontwricht. Veeleer dan etnische diversiteit zijn armoede, werkloosheid en een laag opleidingsniveau oorzaken van conflicten. De Afrikaanse landen zullen op zoek moeten gaan naar constitutionele modellen en instituties die consensus opbouwen, de integratie van de verschillende bevolkingsgroepen vergemakkelijken, goed bestuur verankeren en een stabiele basis leggen voor ontwikkeling.
  2. Investeren in mensen. Afrika's productieve basis verschuift snel van natuurlijke hulpbronnen naar mensen. Een duurzame groeiversnelling is onwaarschijnlijk zonder versterking van het menselijk kapitaal, voornamelijk een verbetering van de volksgezondheid.
  3. De concurrentiekracht vergroten en de economie diversifiëren. De stedelijke bevolking groeit met 4,9 procent per jaar, het snelste tempo ter wereld. Tegen 2025 zal ze driemaal omvangrijker zijn dan vandaag en zal ze de plattelandsbevolking overtreffen. Afrika's verstedelijking is ook uniek in die zin dat ze versnelt zonder dat de inkomens stijgen en zonder de gebruikelijke structurele transformatie die de ontwikkeling vergezelt, onder meer in de landbouw.
  4. De afhankelijkheid van hulp verminderen en de partnerships versterken. De ontwikkelingshulp vertegenwoordigt in vele landen de helft of meer van de overheidsontvangsten. Ze is echter een tweesnijdend mes: ze maakt hogere investeringen en een hoger verbruik mogelijk, maar verergert het probleem van de zwakke capaciteit.

Terug naar index

23. Zana Aziza Etambala

Geboren in Congo, Kinshasa 5 februari 1955 . Hij woont vanaf 1962 in Vlaanderen. Zana is doctor in de Geschiedenis, was twee jaar journalist bij Wereldwijd, drie jaar studieprefect aan het Hoger Instituut voor Religieuze Wetenschappen in Bwamanda (Centre Lendisa) en is momenteel als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het departement Geschiedenis van de KU-Leuven.
Hij heeft reeds heel wat publicaties over Congo en Afrika op zijn naam o.a. Congo'55-'65, uitgeverij Lannoo, Het Zaïre van Mobutu, uitgeverij het Davidsfonds (1996).
In mei 2000 wordt hij in een polemiek gewikkeld omtrent de Lumumba -commissie.

Zana Aziza Etambala

Terug naar index

24. Kadogo

Betekent "kindsoldaat" en is ook de titel van een boek geschreven door Stefaan Broeckx.
Steeds meer kinderen worden in oorlogen ingelijfd en verplicht te vechten en te moorden, soms zelfs hun eigen familieleden af te slachten...
Stefaan Broeckx schreef hierover het indringende verhaal KADOGO na een bezoek in de streek van Bwamanda.
Hij is trouwens een ex-medewerker van het project. Wie wil weten wie er achter de schuilnaam "schuilt", kan mij een e-mailtje sturen !

Terug naar index

25. Abos

Het vroegere Algemeen bestuur voor Ontwikkelingsamenwerking werd in juli 1999 vervangen door
de DGIS, de Directie-Generaal Internationale Samenwerking. Dat orgaan moet instaan voor de voorbereiding van het beleid en voor de coördinatie van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
De Belgische Technische Coöperatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid.

Terug naar index

29. Malaria

Paludisme is een infectie die door de zogenaamde «malariamuskiet» wordt doorgegeven. Deze muggensoort vindt men vooral in vochtige, tropische gebieden. In het begin van deze eeuw trof men nog malaria aan in het Middellandse Zeegebied. Dit was nog voordat de moerassen werden drooggelegd en er grote bestrijdingscampagnes met insecticiden werden georganiseerd. De naam «malaria» komt overigens uit het Italiaans: «mal aria», wat letterlijk «slechte lucht» betekent.
Deze benaming werd gegeven door de bewoners van de streek ten zuiden van Rome waar zich de bekende "Pontino" moerassen bevinden.
Meer info over malaria vind je op onze website van het project C.D.I. Bwamanda !

Terug naar index

33. De Tobin-taks

James Tobin, een Amerikaans hoogleraar en latere Nobelprijswinnaar, lanceerde in 1971 het idee om een belasting te heffen op speculatieve valutatransacties. De taks zou schommelen tussen de 0,1 en de één procent. Met zijn taks beoogde Tobin een einde te stellen aan de speculatie en aan de volatiliteit van de financiële markten. Bovendien zou de enorme opbrengst aangewend worden ten voordele van de derdewereldlanden. Broederlijk Delen verdedigt in ons land deze taks met vuur.
Alle info op site van 11.11.11: www.11.be en type tobintaks in het zoekveld.

Daar is Tobin weer. Uit De Standaard 3 september 2009:
'De banken hebben de crisis veroorzaakt, en zij moeten dus ook maar opdraaien voor de gevolgen ervan.' Dat ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw gisteren in De Morgen, pleitte voor de invoering van een crisisbelasting op de banken, zal niemand echt verbazen. Maar dat minister van Financiën en MR-voorzitter Didier Reynders zich in Le Soir duidelijk voorstander toonde van de invoering van een soort algemene taks op financiële transacties, klonk al heel wat verrassender.
Toch staat Reynders, ook in doorgaans liberaal denkende kringen, al lang niet meer alleen met die mening. De pleidooien om de banken extra belastingen op te leggen worden, in de aanloop naar de topvergaderingen van de G20 later deze maand, almaar talrijker. Vorige week wekte lord Adair Turner, de voorzitter van de waakhond van de Britse financiële sector FSA, verbijstering in de City door te pleiten voor de invoering van een speciale belasting op de winst van de banken - zodat er minder geld overblijft om bonussen uit te keren. De Duitse minister van Financiën, de sociaal-democraat Peer Steinbrück, vroeg zijn collega's van de G20 enkele dagen geleden dan weer om mee te onderzoeken 'hoe we de financiële markten kunnen vragen om een grotere bijdrage te leveren tot de immense kosten van de crisis'.
Kortom: het idee om de banken mee de crisis te laten betalen, wint veld. Hoe dat dan wel zou moeten gebeuren, is nog echt duidelijk. Maar de meeste voorstanders pleiten voor de invoering van een soort Tobintaks. Die belasting is genoemd naar zijn bedenker, de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar James Tobin, en was bedoeld als een minieme taks op de valutahandel, om speculatieve transacties af te remmen en zo de valutamarkten te stabiliseren. De opbrengst zou gebruikt worden om de armoede in de wereld te bestrijden.
Het idee van een Tobintaks werd de voorbije jaren vooral gepropageerd door de andersglobalisten. Dat het nu in veel bredere kring wordt opgepikt, hebben de banken voor een groot stuk aan zichzelf te danken. Nu het dieptepunt van de financiële crisis achter de rug is, lijkt de banksector immers zonder boe of ba weer overgegaan te zijn tot de orde van de dag. Veel banken - ook degene die met belastinggeld van de ondergang gered zijn - maken inmiddels weer riante winsten. De traders die die winsten genereren, krijgen weer miljoenenbonussen uitbetaald. De beurskoersen stijgen, en de aandeelhouders worden binnenkort weer mooie dividenden in het vooruitzicht gesteld. Alsof er nooit iets gebeurd was.
Die houding is niet alleen andersglobalisten en linkse vakbondsleiders in het verkeerde keelgat geschoten. Ook bij veel politici, ondernemers uit de 'reële' economie die maar moeilijk aan kredieten geraken, en niet-financiële economisten leeft veel nauwelijks ingehouden woede over het gedrag van de bankiers. Het idee om hen te 'straffen' voor hun roekeloze gedrag, vindt dan ook gemakkelijk weerklank.
De bankiers nemen het dreigement echter nauwelijks serieus. De kans dat er echt een soort Tobintaks komt op speculatieve transacties, is immers zo goed als onbestaande, weten ze. Het probleem is namelijk dat zo'n taks alleen zin heeft wanneer hij wereldwijd wordt ingevoerd. Geld is immers als water, het zoekt de weg van de minste weerstand, en dus van de minste belasting. Als alleen Europa bijvoorbeeld sommige transacties zou gaan belasten, zullen die zich verplaatsen naar de Verenigde Staten - waar de politiek bijzonder sterke banklobby nooit zal toelaten dat er een Tobintaks wordt ingevoerd.
En net zo zullen banken die in één land een andere soort 'crisisbelasting' opgelegd krijgen, hun activiteiten en winsten verleggen naar andere landen.
Dat is trouwens ook de verklaring waarom er in ons land nog geen Tobintaks geheven wordt. Want België is het enige land ter wereld waar, in 2004, een dergelijke taks al is ingevoerd. Zij het alleen maar op papier, want de wet wordt pas van kracht als ook alle andere EU-lidstaten een gelijkaardige taks invoeren. Wat de voorbije vijf jaar dus nog niet gebeurd is - en ongetwijfeld ook de komende vijf jaren niet het geval zal zijn. Want de topbijeenkomsten van de G20 zullen allicht weer vrome en ronkende verklaringen opleveren. Maar een Tobintaks zal daar niet bij zijn.

Zie uitgebreide (nederlandstalige) uitleg op de website van Attac, www.attac.org/
Association pour une Taxation des Transactions financières pour l' Aide aux Citoyens.

Vreemd genoeg deelde Tobin zelf niet de mening van de anti-globalisten:

Tobin laakt anti-globalisten: (uit De Standaard, 3/09/2001)
De anti-globalisten, voorstanders van de zogenaamde Tobintaks, "verdraaien mijn naam". Dat verklaart een geërgerde James Tobin, professor en Nobelprijswinnaar voor economie, in een interview in het Duitse weekblad Der Spiegel dat vandaag verschijnt. (3 september 2001)
De Tobintaks, een belasting op speculatieve wisseltransacties, is een idee van de Amerikaan James Tobin en dateert al van dertig jaar geleden. "Ik heb niets te maken met die 'straatschender'-antiglobalisten", onderstreept de econoom.
Volgens James Tobin is voor veel militanten van de anti-globalisatiebeweging de strijd tegen de expansie van de vrije markten het hoofddoel. Professor Tobin noemt zichzelf daarentegen een "voorstander van de vrije markteconomie" en organisaties als het IMF en de Wereldbank, die door de anti-globalisten worden verketterd.
Tobin meent dat de standpunten van bewegingen als het Franse Attac ,uitgaan van een goede bedoeling maar ondoordacht zijn."Een beweging als Attac wil de taks op de wisseltransacties aanwenden om haar projecten voor een betere wereld te financieren."
Tobin hamert erop dat het niet in zijn bedoeling ligt om middelen vrij te maken om de armoede te bestrijden maar om de internationale kapitaalspeculaties af te remmen. Tobin zelf twijfelt eraan of de Tobintaks er ooit zal komen. "De grote financiële centra zijn tegen".

Op maandag 11 maart 2002 overleed James Tobin. En woensdag 13 maart 2002 was er in het Belgisch parlement een wisselmeerderheid voor een wetsvoorstel om een Tobin-taks in te voeren!
Het blijft voorlopig nog een symbolisch gebaar, want de taks wordt pas effectief ingevoerd als alle 12 Eurolanden ermee instemmen. Maar dat lijkt ook de goeie richting uit te gaan: blijkbaar zijn een vijftal landen al overtuigd van het nut ervan.

Na de Tobin de Spahn-taks, augustus 2003. Lees hier.
Tobintaks is wet, 1 juli 2004. Lees hier.
EU. ,,Vervanging Tobintaks is nepoplossing'', mei 2005. Lees hier.
Leterme praat in Parijs over Tobintaks , oktober 2009. Lees hier.

Terug naar index

34. Bedenkingen

De vaststelling dat de armen in de Derde Wereld armer en talrijker zijn dan bij het begin van de miljardenstroom aan hulp, is gemeengoed geworden. Dat voedselhulp aan rampgebieden de plaatselijke landbouw kapot kan maken of de oorlogen tussen de krijgsheren juist verlengt, is eveneens bekend. Kleine projecten door particuliere organisaties, de ngo's, met partnerorganisaties in de Derde Wereld opgezet, zijn succesvoller, maar hebben weinig effect op grote problemen als armoede.
Armoede is geen gevolg van gebrek aan geld, maar van gebrek aan kennis. Hoe leer je een jonge boer zijn eigen hulpbronnen beter gebruiken? En hoe leer je vrouwen overtollig voedsel van het land zo te bewaren dat het niet verrot, maar verkocht kan worden op de lokale markt?
De resultaten van hulp zijn moeilijk te meten. Vaak zijn er onvoorziene, negatieve bijeffecten. Een bekend verschijnsel is het vertrek van de intelligenste mensen uit een streek. Na hun opleiding trekken ze naar de stad, gaan ze werken voor een hulporganisatie of verhuizen ze naar het Westen. Werken in het onderwijs, de gezondheidszorg of op een ministerie is voor losers, of voor ontwikkelingswerkers.
Westerse hulp verdwijnt vaak in bodemloze putten. Je ziet ze overal rondrijden, de prachtige witte 4x4 wagens. Het geld moest op en de veelgeplaagde fabriek in Europa kon een order voor 25 jeeps goed gebruiken.
Een meer gespecialiseerde ontwikkelingshulp moet zich dan ook toespitsen op de twee grootste problemen van arme landen: de enorme kennisachterstand en de aids-epidemie. Het herstel van het onderwijs en gezondheidszorg. Niet alleen via de ministeries in de ontvangende landen, maar ook via lokale overheden, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke groepen, die gespecialiseerde cursussen geven in landbouwtechnieken, boekhouden of het gebruik van kredieten. Dan kan een generatie opgroeien die het heft in eigen handen neemt.
Eenderde van de hulp aan Afrika ten zuiden van de Sahara bestaat uit technische assistentie; de plaatselijke arbeidsmarkt wordt gebombardeerd met buitenlandse experts, wat leidt tot een brain drain. Er zijn enorme verschillen: de assistentie varieert van dure deskundigen van internationale organisaties tot ontwikkelingswerkers op een lokaal contract . Hoe nuttig hun werk is en hoe lang ze nog nodig zijn, verschilt van geval tot geval. De verantwoordelijkheid moet overgedragen worden aan de ambtenaren van de ontvangende landen, maar die moeten er wel zijn, kennis van zaken hebben en een concurrerend salaris zodat ze niet weglopen.

Terug naar index

36. Slaapziekte: geneesmiddelen moeten winst opleveren...

De fabrikant van eflornithine - een doeltreffend geneesmiddel voor de behandeling van slaapziekte stopte de productie in 1994, eveneens omdat het geneesmiddel niet voldoende winst maakte. Na onderhandelingen met Artsen Zonder Grenzen en de WHO stemde de vorige fabrikant ermee in een laatste voorraad van 10.000 doses eflornithine te produceren en de licentie voor eflornithine over te dragen aan WHO. Er moet echter nog een nieuwe fabrikant worden gevonden voor de productie van het geneesmiddel op lange termijn.
Meer info over de slaapziekte vind je op onze website van het project C.D.I. Bwamanda !

 

Terug naar index

38. Max Havelaar koffie.

Info over de Max Havelaar koffie vind je op de site van C.D.I. Bwamanda, een intgraal ontwikkelingsproject in Congo waar wij zelf een 11-tal jaar hebben gewerkt. De link vind je in de linker knoppenbalk of hier op, C.D.I. Bwamanda
Onder de rubriek Nederlands vind je "C.D.I. en Max Havelaar koffie".

Terug naar index

41. De Matongewijk.

De Matongewijk strekt zich uit van de Elsensesteenweg en het Marsveldplein over de Waversesteenweg tot aan het Londenplein. Niet eens de helft van de bewoners komt uit Afrika, maar met al zijn winkels, reisbureaus en Afrikaanse restaurants is Matonge sinds jaar en dag de vaste ontmnoetingsplaats voor de Afrikaanse koloniaal in Brussel.
Vanaf de jaren vijftig verzamelen de Congolese beursstudenten in het Afrikaanse Huis in de Elzas Lotharingenstraat. De Congolese ambassade ligt een beetje verderop. Matonge wordt een ontmoetingsplaats voor studenten, politieke opposanten en reizigers uit het thuisland. Elke Zaïrees die Europa bezoekt, doet als verplichte stop Elsene aan. Op het einde van jaren tachtig slaat de stemming om. In het Zaïre van Mobutu woedt de crisis. Minder gegoede jongeren en steeds meer asielzoekers verzamelen zich in de Matongewijk. Chique boetieks zouden maken plaats voor louche handelszaken. Hopelijk wordt de verloedering in deze mooie wijk tegengehouden.

Terug naar index

43. . Van Lusaka naar Pretoria.

2 augustus 1998: Rwanda en Uganda vallen Congo binnen in een poging om president Laurent-Désiré Kabila van de macht te verdrijven. Hun Congolees schaamlapje is de relbellenbeweging Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD/Goma).
Met de hulp van Angola, Zimbabwe en Namibië slaagt Kabila erin de opmars van zijn tegenstanders tegen te houden. Later krijgt Kabila nog de hulp van Tsjaad.

10 juli 1999: zes Afrikaanse landen sluiten in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka een vredesakkoord dat voorziet in een staakt-het-vuren, de organisatie van een Congolese politieke dialoog en de terugtrekking van de buitenlandse legers. Een maand later tekenen ook de RCD/Goma en de Mouvement pour la Libération du Congo (MLC), de tweede grote rebellenbeweging die met de hulp van Uganda de Evenaarsprovincie controleert.

30 november 1999: de VN-Veiligheidsraad keurt de oprichting goed van een VN-vredesmacht, Monuc genaamd, die moet toezien op de uitvoering van het Lusaka-vredesakkoord.

16 januari 2001: de Congolese president, Laurent-Désiré Kabila, wordt vermoord door een lijfwacht. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon, Joseph Kabila, die onmiddellijk kiest voor meer samenwerking met het Westen.

17 april 2002: in het Zuid-Afrikaanse Sun City sluiten de Congolese regering en de MLC van Jean-Pierre Bemba een akkoord over machtsdeling. Kabila mag president blijven, Bemba kan premier worden. De RCD/Goma en een deel van de ongewapende oppositie weigeren zich bij het akkoord aan te sluiten.

30 juli 2002: de Rwandese president Paul Kagame en Joseph Kabila sluiten in het Zuid-Afrikaanse Pretoria een vredesverdrag. Rwanda belooft zijn soldaten terug te trekken uit Congo, Congo zegt dat het zal helpen bij de ontwapening en repatriëring van Rwandese Hutu-rebellen, van wie sommigen in 1994 deelnamen aan de genocide in Rwanda.

7 september 2002: Kabila ondertekent in de Angolese hoofdstad Luanda een vredesakkoord met de Ugandese president, Yoweri Museveni, die belooft zijn troepen definitief uit Congo terug te trekken.

16 december 2002: in Pretoria zetten alle Congolese partijen hun handtekening onder een akkoord voor de vorming van een overgangsregering.

Terug naar index

46. Viva Bomma

De 53-jarige Papa Wemba, de Congolese Elvis Presley die eigenlijk Hungu Wembadio Pene Kikumba heet en de Belgische nationaliteit heeft zong ooit “ Viva Bomma ” tijdens een bezoek van ex-premier Leo Tindemans aan het toenmalige Zaïre.
Tenminste zo denken velen, maar op 9 maart 2006 kreeg ik dit bericht!:
"Bij de weetjes over het bezoek van Tindemans aan Mobutu staat dat de viva bomma en andere liedjes gezongen werden door Papa Wemba. Dat is een veel gemaakte en hardnekkige vergissing. De zanger was namelijk niet Papa Wemba, wel Gérard Madiata, klinkt minder sexy, maar 't is wel 'de waarheid'."
van Frodo Daems.

Terug naar index