een initiatief van Reginald Moreels
rekeningnummer 310-0900000-23 van Memisa vzw
rekeningnummer 785-5429061-73 van C.D.I.-BWAMANDA-BELGIE vzw
Op 31 juli 2001 is de boboto- boot afgevaren vanuit de Congolese hoofdstad Kinshasa richting Evenaarsprovincie! De boot was terug op 31 augustus vanuit Mogalo.
Enkele beelden van de boboto-boot !!!!
klik hierPersbericht Memisa: BOBOTO II VAART UIT!! Klik hier
Hoe zit het trouwens met de beloofde Vredesboot nummer twee? Er rezen wat moeilijkheden met de toelating om naar Kisangani te varen, maar de onderhandelingen zouden inmiddels zo goed als rond zijn. Binnen afzienbare tijd kan Boboto II dus van stapel lopen, hoopt Marti Waals. Voor dezelfde missie als de eerste Vredesboot: hulp- en verbruiksgoederen lossen, plaatselijke landbouwproducten laden en naar hun bestemming voeren. Dit keer zal de duwboot drie havens aandoen.
Uit Kerk en Leven 13 februari 2002
Vredesboot aangekomen in Kinshasa. De vredesboot van de Belgische ngo Memisa is gisterenmiddag aangekomen in de haven van Kinshasa, geladen met 900 ton landbouwproducten. Die zullen verdeeld worden onder de meest kansarme groepen van de hoofdstad. De boot was op 31 juli vertrokken richting Evenaarprovincie, met aan boord 636 ton hulpgoederen. Daarmee was de Boboto-boot het eerste transport dat sinds het begin van de oorlog drie jaar geleden over de frontlinie trok. Mogelijk komt het vandaag in Kinshasa tot een ontmoeting tussen VN-secretaris-generaal Kofi Annan en Luc Vansina, de coördinator van Memisa in Congo die de hele boottrip meemaakte.
Uit De Standaard 1 september 2001
Ter info: de boboto boot is halfweg augustus goed aangekomen in Mogalo en de 600 ton producten werden in een recordtijd gelost. Tezelfdertijd werd 780 ton maïs opgeladen, 40 ton soyagranen en 58 ton arachiden. De terugtocht vertrok terug de 23ste en wordt nu ongeveer 1 september verwacht in Kinshasa (zal waarschijnlijk samenvallen met bezoek van Koffi Anan aan Kinshasa).
Vanuit C.D.I. Bwamanda ontvangen op 29 augustus 2001
Memisa-vredesboot aangekomen.
De vredesboot van de Belgische hulporganisatie Memisa kwam zondagmiddag aan op de eindbestemming, de haven van Mogalo. Het was de eerste keer sinds het begin van de oorlog drie jaar geleden dat een boot nog Kinshasa en de Evenaarprovincie verbond. Aan boord waren 636 ton hulpgoederen.
De aankomst maakte bij de bevolking een ongekende emotie van blijdschap los", liet Memisadirecteur Marti Waals vanuit Bwamanda weten. "We hoorden heel veel reacties in de zin van 'nu komt er vrede' en 'eindelijk zullen we rust kennen en zullen we onze kinderen rustig naar school kunnen sturen'. Op de terugweg zal de vredesboot 1.000 ton maïs vervoeren, te verdelen onder de meest kansarme lagen van de bevolking van de Congolese hoofdstad.
Uit De Standaard 14 augustus 2001
Congolezen wuiven Memisa-vredesboot toe:
Terwijl er twee dagen geleden aan de andere kant van de rivier nog gevochten werd, heeft de vredesboot van de Belgische ngo Memisa sinds het vertrek dinsdagmorgen in Kinshasa al 300 kilometer afgelegd.
"Fantastisch. Ongelofelijk. Een magnifiek zicht ", jubelde de kapucijn Luc Vansina gisterennamiddag over de satelliettelefoon, bij het aanleggen in Bolobo. "De oevers staan vol mensen, iedereen heeft op de radio gehoord dat we langskomen. Ze wuiven, ze lachen. Het is een klassiek Congolees beeld: de een springt in het water terwijl een ander eruit kruipt."
Voor het eerst in drie jaar, toen de oorlog uitbrak, vaart er weer een belangrijke niet-militaire boot tussen Kinshasa en de Evenaarprovincie, waar de rebellen van Jean-Pierre Bemba de lakens uitdelen. Op de drie duwbakken "dit is een gevaarte van 200 meter lang" - liggen ruim 636 ton hulpgoederen aan boord, bestemd voor de Evenaarprovincie.
"De mensen zijn nieuwsgierig. Het echte enthousiasme verwachten we in de Evenaarprovincie zelf", zegt Vansina. "We krijgen wel veel bezoek van mensen op prauwen, die ons goedendag komen zeggen, die vis of fruit komen verkopen. Het is zo lang geleden dat er nog een boot is langsgekomen. Ze hebben allemaal maar één hoop: dat er snel weer boten voorbijvaren, zodat ze hun normale commerciële activiteiten kunnen hernemen."
De tocht schiet voorlopig goed op. "De formaliteiten verlopen heel vlot. We hopen dat het hier in Bolobo niet anders zal zijn en dat we snel de stempels zullen krijgen aan de controleposten, die er altijd geweest zijn."
Als alles goed blijft gaan, komt voor de "Boboto-boot" - boboto betekent vrede in het Lingala maandag het symbolische moment eraan: het overschrijden van de frontlijn die al drie jaar door Congo loopt.
"We gaan het wellicht nooit merken", zegt Vansina. "Een halve dag zullen we vermoedelijk niemand zien, waarbij we van het ene in het andere gebied zullen overgaan. Zo stel ik het me voor."
Omwille van de veiligheid escorteert een bootje van de Monucvredesmacht de grote vredesboot, die volgeladen is met medische hulp, schoolgerief, brandstof, fietsen, kledij, landbouwgereedschap. "Aan de andere kant zijn ze goed verwittigd, ze verwachten ons. We hoorden al dat ze een plechtigheid aan het voorbereiden zijn in Gemena."
Eindbestemming is het haventje van Mogalo, op zo'n 100 kilometer van Gemena. Daar zullen medewerkers van een andere Belgische ngo, CDI-Bwamanda, alles verdelen onder een bevolking van 1 à 1,5 miljoen mensen, verspreid in een gebied dat anderhalve keer België beslaat.
Op de terugweg zal de boot 1.000 ton maïs meenemen naar Kinshasa. De boeren in de Evenaarprovincie raakten hun oogst niet kwijt door de frontlijn. De maïs zal onder de meest kansarme groepen van de hoofdstad worden verdeeld.
"We zitten goed op schema", zegt Vansina. "En met ons gaat ook alles goed: zowel de koelkast als de diepvriezer zijn goed gevuld."
Uit De Standaard 4 augustus 2001
Vredesboot vertrekt:
Vandaag vertrekt vanuit de Congolese hoofdstad Kinshasa de vredesboot van de Belgische ngo Memisa, richting Evenaarprovincie. "Het wordt het eerste belangrijke transport van hulpgoederen via de Congorivier over de grenzen van de strijdende partijen heen sedert het uitbreken van de oorlog", zegt directeur Marti Waals. De boot vertrekt met ruim 636 ton hulpgoederen aan boord, het equivalent van ongeveer 130 vrachtwagens. Het gaat om medische hulp, schoolgerief, brandstof, fietsen, kleding en landbouwmateriaal. De tocht van ongeveer 1.250 kilometer van de zogenaamde Bobotoboot of vredesboot duurt ongeveer twee weken. Op de terugtocht zal de boot 1.000 ton maïs meenemen vanuit de Evenaarprovincie naar Kinshasa. "Het gaat niet enkel om een actie om de humanitaire nood te lenigen. Het ligt in de bedoeling om via dit en andere initiatieven ook het economisch proces weer vlot te trekken."
Uit De Standaard 31 juli 2001
Kinshasa heeft tekort aan voedsel
Het vliegtuig van de hoge Belgische delegatie aan Congo bevatte ook hulpgoederen bestemd voor de ngo's Caritas en Memisa. Samen met andere ontwikkelingsorganisaties proberen zij het lot van de gewone Congolees te verbeteren.
Memisa is volop bezig met de voorbereiding voor een eerste boboto-boot die hulpgoederen langs de Congostroom en zijn bijrivieren tot in het hart van het rebellengebied moet brengen.
Het rivierennet is een levensbelangrijke transportader in Congo, maar de burgeroorlog heeft het verkeer op lange afstand vrijwel tot stilstand gebracht. Onlangs voer een "testboot" van de Verenigde Naties van Mbandaka in regeringsgebied naar Kisangani, dat in handen is van het RCD.
Half juli wil Memisa een boot van Kinshasa naar het havenstadje Mogalo sturen, via de bijrivieren de Ubangi en de Lua. De Evenaarprovincie wordt gecontroleerd door het FLC van Jean-Pierre Bemba. Pater Luc Vansina voert op dit ogenblik volop onderhandelingen met regering en rebellen en met de Verenigde Naties om het project rond te krijgen. Ook denkt Memisa al aan een tweede boot, die naar Kisangani zou varen.
"De boot naar Mogalo willen wij vullen met 500 ton hulpgoederen", zegt Vansina. "We sturen spullen waaraan de mensen daar het meeste behoefte hebben: medicijnen, schoolgerei, werktuigen, kleding, suiker, zout. Niet zozeer voedsel, want dat is in die streek niet het grootste probleem."
Memisa is van plan op de terugweg de boot vol te laden met 600 ton maïs, die in Kinshasa de ergste nood kan helpen lenigen.
De toestand in de hoofdstad is inderdaad nog altijd precair, zeggen Hugues en Olivier Bonte vader en zoon - van Caritas. "De situatie is dan wel wat verbeterd, maar in Kinshasa is nog altijd humanitaire noodhulp vereist. Een studie zegt dat een inwoner eigenlijk 300 dollar per maand moet verdienen om te overleven - dat haalt bijna niemand."
Caritas geeft noodhulp en heeft projecten lopen op het hele Congolese grondgebied, ook bij de rebellen. Sinds het aantreden van Joseph Kabila is er toch wel wat verbeterd. "Er zijn pogingen gedaan in goede zin, bijvoorbeeld wat betreft de activiteiten van politieke partijen", zegt Hugues Bonte.
Op het terrein is voor de ngowerkers gemakkelijker werken geworden. "We krijgen gemakkelijker toestemming om naar gevoelige gebieden' zoals mijnstreken te gaan", zegt Olieverf Bonte.
Hij is net terug van Oost-Kasaï, een streek die in de frontlijn lag. Caritas geeft voedselhulp, maar probeert via het leveren van zaaigoed ook het economisch leven weer op gang te brengen en de mensen een perspectief te geven -zodat ze het einde van de tunnel kunnen zien-.
Uit De Standaard 30 juni 2001
Congo is verdeeld, maar misschien is er toch vrede in zicht. De oorlog in onze voormalige kolonie heeft het land gescheurd, de economie kapot en het normale transport van goederen onmogelijk gemaakt. Kortom, het zwaarst getroffen is de gewone bevolking. Reginald Moreels, bijzonder gezant van ons land voor Centraal-Afrika, heeft samen met Marti Waals, directeur van de katholieke hulporganisatie Memisa, een uniek plan: een Vredesboot die onder de vlag van de Verenigde Naties goederen brengt naar de Evenaarprovincie en van daaruit hoofdstad Kinshasa bevoorraadt. Kerk en Leven wil helpen. Steun het unieke project!
De Congostroom was altijd de slagader van het economische leven van een groot deel van Congo. Vandaag is niet langer transport op de Congo mogelijk. De oorlog heeft het land immers in stukken gereten. De grenslijn tussen Kabila- en Bembagebied dwarst de stroom.
Daardoor is de Evenaarprovincie afgesloten van noodzakelijke goederen die normaliter vanuit Kinshasa over de stroom aangebracht worden. Omgekeerd is daardoor ook de miljoenenbevolking van Kinshasa afgesneden van de bevoorrading van landbouwproducten die traditioneel vanuit deze Evenaarprovincie komen.
De bevolking van de Congolese hoofdstad lijdt honger. Een derde van de inwoners van Kinshasa kan zich niet eens één maaltijd per dag veroorloven. De volkswijken van de stad zijn getekend door grauwe armoede en schrijnende miserie.
En doordat de boeren van de Evenaarprovincie hun producten niet meer aan Kinshasa kunnen verkopen, zijn ze zonder inkomsten gevallen. Zij hebben geen geld meer voor kleren en medische verzorging. En het schoolgeld van hun kinderen kunnen ze ook niet meer betalen.
De voorbije maanden bezochten Reginald Moreels en Marti Waals Congo. Ze voerden gesprekken met de Congolese regering in Kinshasa, de RCD-rebellen in het oostelijke Goma en FLC-leider Bemba in het noordelijke Gemena.
President Joseph Kabila wil vrede en Jean-Pierre Bemba lijkt ook bereid stappen te zetten. Moeizamer lijkt er beweging te komen in het RCD-gebied dat door Rwanda wordt gecontroleerd. Ook al kan de Rwandese sterke man Paul Kagame geen blijvende hegemonie vestigen in Kivugebied, hij zal niet gauw plooien.
Rwanda leeft immers van grondstoffen in het oosten van Congo. Vooral het daar opgedolven, peperdure coltan, een mineraal dat in de hightech wordt gebruikt, vormt een lucratieve (illegale) handel.
Marti Waals vertelde ons dat hij helikopters zag af en aan vliegen om het coltan van de Congolese mijnen - waar naar wordt verteld Rwandese gevangenen als slaven het mineraal zouden opdelven - naar Rwanda te brengen. In Rwanda zit geen coltan in de bodem, maar vandaag is het kleine Centraal-Afrikaanse land wel een van de grootste leveranciers ter wereld geworden.
Intussen lijdt de bevolking, ook in het Evenaarsgebied dat door het FLC van Jean-Pierre Bemba (met steun van Uganda) wordt gecontroleerd. Reginald Moreels en Marti Waals zagen er de ellende. In een schooltje in Gemene zagen ze hoe de kinderen op de grond moeten zitten. Er zijn geen schoolbanken. Schrijven kunnen ze ook al niet, want krijt, pennen, schriften en boeken zijn er niet. De armoede is er zo groot, dat gezinnen zelfs geen behoorlijke kleren meer hebben voor alle gezinsleden. Wanneer ze opgeroepen worden voor de controle op de slaapziekte, sturen ze hun leden om beurt. Ze hebben geen kleren genoeg om samen op straat te verschijnen.
Het enige wat deze schrijnende toestand kan verhelpen, is een open Congostroom. Vandaar het initiatief van Reginald Moreels en Marti Waals voor een Vredesboot die onder de vlag van de Verenigde Naties levensnoodzakelijke goederen zou brengen en halen. Ze gingen het idee aankaarten bij president Kabila en rebellenleider Bemba. Beiden zegden hun volledige steun toe.
Aan de verantwoordelijke van de VNtroepen in Congo, Kamel Morjane, vroeg Moreels de nodige bescherming. Hij ging de zaak ook bepleiten op het hoofdkwartier van de VN in New York, waar hij secretaris-generaal Kofi Annan vroeg het mandaat van de VNwaarnemers in Congo (MONUC) uit te breiden tot de bescherming van humanitaire acties. Het werd positief onthaald. Ook de ambassades van verschillende landen in Kinshasa zijn bij de zaak betrokken.
Begin juli zal de Vredesboot, of Boboto-boot in het Lingala, aan de Beach in Kinshasa de Congo opvaren, richting Evenaarprovincie, met aan boord vijfhonderd ton levensmiddelen, school- en landbouwgerief en medisch materieel en medicijnen.
Voor de lading van het schip zorgt de Belgische hulporganisatie Memisa. Voor de ontvangst van de hulpgoederen in de Evenaarprovincie zorgt de ngo CDI-Bwamanda (Centre de Développement Intégral) met afgevaardigde beheerder de Belgische pater Van Baelen.
De verdeling onder de bevolking wordt georganiseerd via de kanalen van de bisdommen Molegbe, Budjala en Lisala en de verschillende Belgische missionarissen, onder andere de Scheutisten en de zusters van Sint-Niklaas.
Hetzelfde CDI-Bwamanda zorgt dan voor de lading van de terugreis naar Kinshasa. Het ruim van het schip wordt er gevuld met vijfhonderd ton rijst en maïs die door de plaatselijke boeren worden gekweekt maar wegens de sluiting van de stroom opgeslagen bleven in de schuren. In Kinshasa zal dat basisvoedsel door de parochies en de dispensaria worden verdeeld onder de armsten in de volkswijken.
HELP HET SCHIP VULLEN
De Vredesboot voor Congo kan niet uitvaren zonder onze hulp. De 500 ton goederen voor de Evenaarprovincie moeten worden aangekocht. Met die eerste goederenzending kan een economisch proces op gang worden gebracht.
Maar daarvoor is veel geld nodig. Kerk en Leven roept zijn lezers op massaal te steunen. De vrede van een land hangt ervan af. Uw hulp is welkom op 310-0900000-23 van Memisa België, Kerkstraat 63, 1701 Itterbeek, met vermelding Vredesboot
Moreels en Waals zagen tonnen voedsel langs de Congostroom opgestapeld liggen. Door de oorlog kunnen ze niet worden vervoerd, terwijl in Kinshasa hongersnood heerst. Een politiek akkoord tussen de oorlogvoerende partijen brengt begin juli dit transport opnieuw op gang.
Op die manier willen Reginald Moreels en Marti Waals de Evenaarprovincie ontsluiten en een eerste stap zetten van bevoorrading van Kinshasa. In de Evenaarprovincie leven twee miljoen mensen, in Kinshasa een veelvoud daarvan. Maar de bedoeling gaat verder. Memisa wil hiermee de economie een nieuwe impuls geven.
Het gebrek aan koopkracht en de teloorgang van het monetaire circuit - de Belg Fons Verplaetse werd niet voor niets gevraagd om de Centrale Bank van Congo uit de miserie te halen - laat op dit moment geen normale handel toe. Daarom zal in een eerste fase worden gewerkt op basis van ruilhandel: zout en medicijnen voor Bwamanda worden geruild voor rijst en maïs voor Kinshasa.
"Als de Boboto-boot over de Congostroom vaart, zal de vreugde langs de oevers onbeschrijflijk zijn. Er zal uitbundig worden gefeest en gedanst", voorspelt Reginald Moreels. En daar kunnen wij voor zorgen.
Uit Kerk en Leven 9 mei 2001, Mark Van De Voorde
In juli vaart voor het eerst een "boboto''- of vredesboot onder VN-vlag tussen Kinshasa en de Evenaarprovincie via de Congo-rivier, de levensader die door de oorlog jarenlang werd afgesneden. De Belgische ngo Memisa werkt volop aan de concrete uitwerking van dit humanitair en economisch project, dat ook een politieke boodschap bevat: Congo is één land.
Door de frontlijn heerst al jaren een hallucinante situatie in het westelijke deel van Congo: de bevolking van Kinshasa lijdt massaal honger, terwijl in de Evenaarprovincie de maïs hoog opgestapeld ligt. Maar omdat de Congo-rivier geblokkeerd was, had de bevolking er geen inkomen en steeg de armoede tot ongeziene niveaus.
VN-functionarissen spelen al een jaar met het idee om de Congo-rivier opnieuw open te stellen en zo het economisch leven weer op gang te trekken. Nu de wapens grotendeels zwijgen en de VN blauwhelmen hun posities innemen, wendde Reginald Moreels als speciale vertegenwoordiger van de Belgische regering voor de Grote Meren bij de VN zijn invloed aan om de "boboto-boot" (boboto betekent vrede in het Lingala) er door te krijgen.
De realisatie van het project is voor de ngo Memisa. "We zijn van plan om op de heenvaart 500 ton goederen te verschepen naar de Evenaarprovincie", vertelt directeur Marti Waals. "Het gaat om schoolgerief, zoals krijt, leerboeken en schriften - want er is niets meer voor het onderwijs. Schoppen en kruiwagens om het land te bewerken en wegen te onderhouden. Tweedehandskledij, zodat de mensen weer iets om het lijf hebben en zich weer in het openbaar durven vertonen. En geneesmiddelen".
Het ligt in de bedoeling om alles aan te kopen in Kinshasa zelf, zodat de economie er wat adem krijgt. Eindstation van de boot wordt de haven van Mogalo, bij Bwamanda, vanwaar de distributie zou verlopen onder de bevolking van de Evenaarprovincie. "Op de terugtocht laden we de boot vol met maïs, die ter plekke opgekocht wordt." Dat zou gebeuren via de Belgische ngo CDI-Bwamanda. In Kinshasa wordt het voedsel onder de armste bevolkingslagen verdeeld, tegen gesubsidieerde prijzen."
Doordat de boot de voormalige frontlijn zal overschrijden, wordt liet meer dan een louter humanitair of economisch project. Voor het eerst sinds het begin van de oorlog in augustus 1998 zou er opnieuw een verbinding zijn tussen de hoofdstad en het hinterland. Meteen zal duidelijk worden dat die twee op elkaar aangewezen zijn. Op een ogenblik dat vooral in de Angelsaksische media artikels verschijnen over de "onbeheersbare omvang" van het grote Congo, is zoiets niet onbelangrijk.
Bovendien moeten de oorlogvoerende partijen via de VN hun medewerking verlenen aan de "boboto-boot" en onderling overleg plegen.
President Joseph Kabila volgt het project op de voet, rebellenleider Jean-Pierre Bemba gaf al zijn toestemming. "Dit vormt een platform voor een dialoog die zelfs verder zou kunnen gaan voor het herstel van de vrede", verklaarde Michel Kassa, hoofd van het VNbureau voor humanitaire hulp in Kinshasa.
Het hele project zal vermoedelijk 40 miljoen frank kosten. Staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans, die van 11 tot 13 juni Congo bezoekt, steunt het project en houdt 3 tot 5 miljoen klaar. En hoewel juli de streefdatum wordt voor de afvaart, valt niet uit te sluiten dat die samenvalt met het bezoek dat premier Guy Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel eind juni aan Kinshasa brengen voor de verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid.
Wie het project wil steunen, kan dit op rekeningnummer 310-0900000-23 van Memisa vzw.
Uit De Standaard 16 mei 2001