HERSTELRECHT

RECHTSPRAAK HERSTELRECHT GEVANGENISLEVEN DONATIE

Start ONWETTIG

LINKS:  zoeken op het net

ter vervanging van strafrecht.

Een misdrijf is een onrecht en dat vraagt in de eerste plaats om herstel van de schade die het slachtoffer heeft opgelopen. Dat is de kerngedachte van een stroming die bekend staat als herstelgerichte justitie.

België investeert veel in opsporing, vervolging, bestraffing en veel minder in strafuitvoering. Maar het slachtoffer heeft zich steeds afgevraagd wat hem of haar dit opbrengt.

Wat het slachtoffer van de inspanningen van justitie moet kunnen verwachten, is herstel. Herstel van de schade, herstel van de verstoorde relatie tussen slachtoffer en dader.

Er moet dus een evolutie komen van een strafrecht naar een herstelrecht.

In dit herstelrecht dient de aandacht voornamelijk uit te gaan naar het slachtoffer: naar het herstel van zowel immateriële als materiële schade.

De dader van zijn kant moet de gelegenheid krijgen om positieve acties te ondernemen naar slachtoffer en samenleving toe. Een herstelrecht betekent ook, indien niet anders mogelijk, een humane en zinvolle opsluiting, waar inspanningen worden geleverd om de verstoorde relatie tussen de veroordeelde en zijn omgeving te herstellen.

Vooral binnen justitie betekent de evolutie van een vergeldend strafrecht naar een herstelrecht niet alleen een verandering van wetten en structuren, maar vooral een verandering van mentaliteit.

BEMIDDELING TUSSEN SLACHTOFFER EN DADER

Hoe moet je dit aanpakken? Je kunt uitgaan van de nood aan herstel van het slachtoffer en van de dader, maar je kunt ook beide tegelijkertijd trachten te betrekken bij het zoeken naar oplossingen.

Een hier en daar reeds toegepaste tussenoplossing houdt in dat de overtreder veroordeeld wordt tot sociaal dienstbetoon, een maatregel die verband houdt met het slachtoffer of met de aard van het misdrijf: naast schadebetalingen kan dit bijvoorbeeld inhouden dat een autodief verplicht wordt tot het wassen van politieauto's of wie graffiti op de muren spuit tot het poetsen van de stadsmuren. Als dit "herstelrecht" genoemd wordt, dan is het zeker niet de juiste manier. De opgelegde maatregel is doorgaans als "straf" bedoeld: hij moet de overtreder "een lesje leren". De dader krijgt zelf niet de kans om herstelinspanningen aan te bieden.

Hoe moet het dan? Slachtoffer en dader zoeken, onder begeleiding van een bemiddelaar, naar een vergelijk. Dit vraagt van de magistratuur dat ze slachtoffer en dader laten meedenken over herstel, wat haaks staat op de huidige manier van werken. Toch heeft het ook voordelen voor de magistraten: het kan de werkdruk verminderen en de voldoening verhogen.

Maar wie of wat moet optreden als democratisch bemiddelende instantie? De rechters, justitieassistenten, professionele bemiddelaars of sociaal geëngageerde vrijwilligers?

Enkele bedenkingen zijn hier terecht op hun plaats:

  1. Voor de kwaliteit van bemiddelingsdiensten is het van cruciaal belang dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn en dat de kandidaten op de juiste manier worden geselecteerd.

  2. Is bemiddeling nu een nieuw instrument ter bestraffing of preventie in de handen van magistraten, of een onafhankelijk terrein voor conflictoplossing tussen de direct betrokken partijen?

  3. Bemiddeling mag geen paternalistische poging zijn tot heropvoeding want de kern van bemiddeling is dat slachtoffer en dader tot praktische oplossingen komen voor hun conflict.

In de praktijk zijn bemiddelingsdiensten vaak een onafhankelijke organisatie die gesubsidieerd wordt door de overheid. Dit hoeft geen nadeel te zijn als de diverse spelers maar aan hetzelfde touw trekken.

Het Democratisch gehalte van een samenleving wordt bpaald door de wijze waarop een samenleving  zijn gevangenen behandelt.